Dovertransport was voor politie geen verrassing

Er is opnieuw een sterke aanwijzing opgedoken dat de Nederlandse politie het Dover-drama, waarbij vorig jaar 58 illegale Chinezen overleden, had kunnen voorkomen. Dit blijkt uit documenten die pas deze week aan het strafdossier zijn toegevoegd. Hieruit komt naar voren dat de Rotterdamse politie op 16 juni 2000, twee dagen voor het drama, in een gesprek met officier van justitie M. Hemelaar heeft verzocht de telefoon van hoofdverdachte Gürsel Ö. af te luisteren.

Dit heeft de Rotterdamse politie-inspecteur J.J. Hessel op 1 maart achter gesloten deuren bij de rechter-commissaris bevestigd. ,,Het geheel van informatie over Ö. heeft op 16 juni geleid tot mijn rapport over een tapaanvrage'', aldus Hessel in dat verhoor.

Als de schriftelijke aanvraag diezelfde dag was uitgegaan en was gehonoreerd, wat in spoedgevallen mogelijk is, zou de politie tal van contacten hebben kunnen waarnemen die Ö. in verband brachten met de voorbereiding van het Chinezentransport. Maar uit de stukken blijkt dat inspecteur Hessel de aanvraag pas op 19 juni (de dag na het drama) afrondde en die op 20 juni bij het openbaar ministerie bezorgde.

Pas de dagen daarna, zo heeft de politie later gezegd, drong het tot de speurders door dat Ö., die tot die tijd alleen werd verdacht van Koerdensmokkel, mogelijk betrokken was bij het smokkelen van Chinezen. Verdachte Ö. staat medio april met acht medeverdachten in Rotterdam terecht op verdenking van doodslag en crimineel leiderschap.

Het is in Nederland de vierde keer dat aanwijzingen worden gevonden dat de politie tevoren kennis had of had kunnen hebben van het Dovertransport. Eerder bleek dat Ö. vóór het drama meermalen door de politie is geschaduwd waarbij smokkelvoorbereidingen werden waargenomen.

De zaak van Perry W., de chauffeur van het fatale transport naar Engeland waarbij 58 Chinezen omkwamen, komt vandaag in de eindfase. Vanmorgen bepaalde de rechter in Maidstone dat door de aanklager voldoende bewijs voor doodslag is ingebracht.

Daarna begon Perry W., voor het eerst in deze zaak, omstreeks half een vanmiddag aan het afleggen van een verklaring. Met licht gebogen schouders lichtte hij schuchter in het Engels toe dat hij op zondag 18 juni een vrachtwagen had opgehaald waarvan de opliggende container ,,zwaar verzegeld'' was.

De politie heeft eerder kunnen vaststellen gesteld dat Gürsel Ö., die ervan wordt verdacht de organisator te zijn geweest van het fatale transport naar Dover, intiem contact had met een Chinese vrouw die in de politieregisters te boek staat als mensensmokkelaarster. Ook bleek een Frans verzoek voor de uitlevering van Ö. wegens mensensmokkel enkele weken voor de ramp door de ambtelijke top van minister Korthals te zijn afgehandeld. Korthals, die al driemaal naar de Tweede Kamer werd geroepen over deze zaak, heeft steeds gezegd dat zijn ambtenaren en de politie niet van de Chinezen-smokkel konden weten.

De nu vrijgegeven documenten zijn niet eerder aan het dossier toegevoegd, omdat ze volgens zaaksofficier van justitie J.Klunder niet relevant waren. Bovendien bevatten ze informatie die de Britse autoriteiten met het oog op lopend onderzoek niet wilden vrijgeven, zei Klunder op een voorbereidende zitting van 5 maart.

Op verzoek van enkele advocaten gelastte de rechtbank toen de stukken niettemin vrij te geven. Advocaat P. Doedens van Ö. is ,,geschokt'' door de inhoud.

Officier van justitie Klunder wil geen commentaar geven. ,,Pas op de zitting zal ik hier uitgebreid op ingaan'', zei hij gisteravond.

Uit de volledige tekst van de aanvraag van de politie voor de telefoontap blijkt dat een observatie op 15 juni de doorslag heeft gegeven om het verzoek te doen Ö. af te luisteren. Op die dag registreerde de politie een bijeenkomst bij hotel New York in Rotterdam, waarbij Ö. werd waargenomen in de omgeving van onder anderen zijn secondant Haci D., en de zakenlieden Huub van K. en Willem J., alsmede katvanger Arjen van der S.. Allen zijn verdachte in de Dover-zaak. Op 15 juni merkte de politie op, aldus het tapverzoek, dat talloze witte enveloppen werden uitgewisseld en ,,een op een Nederlands paspoort gelijkend boekje'' rondging. Ter ondersteuning van het tapverzoek worden voorts de contacten van Ö. met de Chinese mensensmokkelaarster K. aangehaald, waarbij haar criminele antecendenten worden onderstreept en wordt opgemerkt dat zij met Ö. cafés bezoekt die ,,eerder zijn gebruikt (-) door personen die zich bezighielden met mensensmokkel''. Uit het feit dat de dag na de observatie van 15 juni de tapaanvraag werd gedaan, leidt advocaat Doedens af dat de politie haast had. Hij wijst erop dat het Handboek voor de Opsporingspraktijk van het openbaar ministerie een spoedprocedure beschrijft bij het uitvaardigen van afluisterbeschikkingen. Die behelst dat het openbaar ministerie de mogelijkheid heeft alvast het afluisteren te gelasten voordat de politie haar verzoek formeel op schrift heeft gesteld. ,,Het handboek zegt dat je voor deze gevallen ook in het weekeinde (17 juni was een zaterdag, red. ) met afluisteren kan beginnen'', aldus Doedens.