De toekomst is niet meer wat hij was

Psychologie, zo kan de scherpe daling van het consumentenvertrouwen tijdens de Azië-crisis in de herfst van 1998 worden verklaard. Directe effecten op de economie waren er destijds nauwelijks, maar de beurskoersen daalden scherp en de doemscenario's beheersten de media. Psychologie was eerder ook in het geding toen het vertrouwen sterk reageerde op de debacles van Fokker en DAF. In alle gevallen was er vervolgens weinig te merken van een merkbare gedragsverandering van de consument zelf.

Wordt het ditmaal anders? Vanmorgen rapporteerde het CBS een daling van het consumentenvertrouwen over maart, tot een niveau dat het laatst werd gezien tijdens de Azië-crisis. Net als bij de vorige vertrouwensschokken blijft de koopbereidheid van consumenten redelijk overeind, en is het voornamelijk de beoordeling van het economisch klimaat dat de vertrouwensindex naar beneden trekt.

Anders is ditmaal dat meerdere schokken zich doen voelen. Niet enkel een daling van de beurskoersen. Niet alleen winstwaarschuwingen van bedrijven. Maar allebei. En dan te bedenken dat het vertrouwen door het CBS gemeten is tussen 1 en 10 maart, toen de AEX-index al flink gedaald was, maar nog steeds tusen de 580 en 590 punten schommelde. Vanmorgen gleed de index, na wéér een koersval, tot 525 punten en onder meer ASML en Philips hebben zich inmiddels bij het koor van winstwaarschuwers gevoegd.

Begin deze maand was er ook enkel nog de vrees voor een uitbraak van mond- en klauwzeer in Nederland, die sinds gisteren bewaarheid is geworden. Het handhaven van vertrouwen speelt de hoofdrol bij de draconische maatregelen die worden genomen.

Vertrouwen is een even kostbaar als kwetsbaar bezit. Het bepaalt of consumenten en bedrijven de toekomst liefhebben of vrezen. Of ze plannen maken, zich voornemen investeringen en grote uitgaven te doen. Brokkelt het vertrouwen af, dan gaat de hand voor de zekerheid op de knip.

Daarmee veroorzaakt een vertrouwenscrisis een negatieve spiraal. Dat heeft gevolgen voor de economie. De directe gevolgen van de varkenspest schaafden in 1997 al 0,5 procent van de economische groei af, maar die groei was zó gunstig dat niemand het merkte. Dat is nu anders. De plagen stapelen zich snel op. Zo snel, dat de raming van 3 procent economische groei dit jaar die nu voor Nederland in de boeken staat, met de dag ongeloofwaardiger wordt.