De spionnen van na de Koude Oorlog

De Koude Oorlog is al tien jaar voorbij. Maar voor spionnen schijnt er in Moskou en Washington voldoende werk te zijn.

Amerika verklaarde gisteren zes Russische diplomaten tot persona non grata, terwijl 45 anderen op termijn eveneens hun koffers kunnen pakken. Het ambassadepersoneel wordt verdacht van spionage. De uitwijzing is deels het Amerikaanse antwoord op de ontmaskering onlangs van FBI-agent Robert Hanssen die 15 jaar voor de Russen spioneerde.

Het is de grootste collectieve uitwijzing op verdenking van spionage sinds de `Operatie Famish' in 1986. Toen kregen tachtig Sovjetdiplomaten in Washington van toenmalig president Ronald Reagan een enkele reis Moskou, terwijl vijf Amerikanen de andere kant op vlogen. Dat gebeurde echter aan het eind van de Koude Oorlog.

Sergej Prichodko, buitenlandse zaken-adviseur van de Russische president Vladimir Poetin, zei vanochtend dat ,,elke campagne van spionagewaanzin of speurtochten naar een vijand alleen maar betreurenswaardig is en een terugval betekent naar het tijdperk van de Koude Oorlog''. Aan Amerikaanse zijde wijst men er op dat wantrouwen gepast is gezien het curriculum vitae van de Russische president en diens medewerkers. Ruslandexpert Michael McFaul zei na de arrestatie van Hanssen tegenover The New York Times : ,,Als je kijkt naar wie Rusland nu regeren, is dat een veel nationalistischere club dan twee jaar geleden. Die bovendien krioelt van de voormalige KGB-functionarissen - inclusief Poetin zelf. Als je je hele leven voor de KGB hebt gewerkt, kun je je denkrichting niet van de ene dag op de andere uitwissen. Dat lukt je ook niet in tien jaar.''

Volgens schattingen zouden er in Washington 450 Russische diplomaten actief zijn die zich bezighouden met spionage. De arrestatie van Hanssen zou nu volgens sommigen gebruikt kunnen worden als alibi om dit aantal terug te snoeien. Tegelijkertijd wordt nu algemeen aangenomen dat het slechts wachten is op het antwoord van Moskou: hoeveel Amerikaanse spionnen zal Poetin uitwijzen?

Russische `diplomatieke bronnen' hebben verder verklaard dat de uitwijzing ,,zuiver een politieke geste is, bedoeld om Rusland zijn plaats te wijzen in de nieuwe wereldorde''. Hoewel politieke retoriek, is dit overigens niet helemaal onaannemelijk. Het over en weer uitwijzen door landen van elkaars al dan niet vermeende spionnen is een veel gehanteerd middel van communicatie tussen naties. Maar de vraag is of spionnen in de wereld van ná de Koude Oorlog, van politieke ontspanning tussen de twee eertijdse rivalen en de technologische explosie eigenlijk nog een andere functie hebben dan te dienen als diplomatiek kannonnenvoer.

Sinds de détente zou spionage veel meer gericht zijn op economische informatie dan op militaire. In de woorden van oud-presindent Bill Clinton in 1993: ,,Wat goed is voor Boeing, is goed voor de VS.'' Maar het is de vraag of je daarvoor spionnen nodig hebt. Voormalig CIA-directeur James Woolsey denkt in ieder geval van niet. Een jaar geleden zei hij tegen de Christian Science Monitor dat tegenwoordig 95 procent van alle economische informatie uit `open bronnen' komt. Dat zorgt ervoor dat de Amerikaanse inlichtingendiensten grote moeite hebben hun budget van 30 miljard dollar per jaar te rechtvaardigen. Melvin Goodman, een voormalige CIA-functionaris, zei tegen de Monitor dat de CIA buitenlandse dreigingen probeert te overdrijven om de inlichtingendienst te behouden.

Toch zijn er aanwijzingen dat er ook voor het ouderwetse handwerk nog steeds een markt bestaat. Ex-Rus Dmitri Simes, van het Nixon Center in Washington, wijst erop dat de Russen zeer geïnteresseerd blijven in de ontwikkelingen op het gebied van technologie. Net als de Amerikanen overigens, zoals bleek uit de arrestatie vorig jaar van een Amerikaan die trachtte plannen te bemachtigen voor een nieuwe Russische torpedo. Daar komt volgens Simes bij dat Russische regeringskringen, omdat zij geen traditie kennen van onafhankelijke media, per definitie alleen vertrouwen op gestolen informatie. Maar spionnen besteden ten slotte vooral veel energie aan het elkaar in de gaten houden, volgens Ray Gartoff, een voormalige Amerikaanse inlichtingenofficier en oud-ambassadeur in Bulgarije. ,,En dat is ondanks alle toenaderingen nog steeds niet veranderd.''