Chaotische expositie van een kunst-orkaan

Orkanen heten meestal Rudolph, Bob of Lucy, maar in het Stedelijk Museum hebben ze er nu een die naar de naam JCJ Vanderheyden luistert. Het is ook geen gewone orkaan. Deze JCJ zuigt geen voorwerpen op, maar spuugt ze uit, verspreid over vier zalen en vier kabinetjes. In een zaal hangen er zelfs wel dertig: een schilderij met zwart kader, een foto van Vanderheydens atelier, vijf kleine schaakbordschilderijen, een zwikje landschappen met blauwe lucht, een landschapsschilderij zonder rechte hoeken, een kabine met een Camera Lucida - en dat is dan ongeveer de helft. Een zaaltekst verklaart deze overdaad met de opmerking dat Vanderheyden iedere tentoonstelling beschouwt `als een groot kunstwerk [...] waarin op een persoonlijke manier onderlinge verwijzingen en kruisverbanden in het oeuvre duidelijk (worden) gemaakt.' Vanderheyden heeft dus een probleem. Waar de kunstenaar duidelijkheid ziet, ziet de toeschouwer chaos. De vraag is af die twee te verzoenen zijn.

Het helpt als je weet dat Vanderheyden is gefascineerd door kijken. In het bijzonder de `kijk-hulpmiddelen' – het oog, de camera obscura, het raster, het fototoestel. Zijn schaakbord-schilderijen zijn net enorme rasters, die de toeschouwer de illusie geven dat hij naar een uitvergroting van een mysterieus voorwerp kijkt. Vanderheyden schildert ook graag horizonnen, die hij meestal abstraheert tot een hemelsblauwe laag aan de bovenkant met een witte of kale linnenlaag eronder. Het bekendst zijn zijn vliegtuigramen, die je vanaf de wand als holle ogen aanstaren. Tegelijk bieden ze uitzicht op prachtige wolken- en sneeuwlandschappen.

Door het vermengen van deze thema's wil Vanderheyden ongetwijfeld laten zien dat al zijn werken voortvloeien uit één fascinatie. Maar hij slaagt er niet in de toeschouwer daarbij verder te helpen. Hij springt van onderwerp naar onderwerp, als een puber die een abonnement op de Kijk heeft gekregen en zo enthousiast is over deze wereld dat de storm is losgebroken in zijn hoofd.

Soms werkt die chaos aanstekelijk, vooral in de hemelse combinatie van vliegtuigramen en horizonschilderijen. Maar vaker irriteert Vanderheydens associeerdrift. Zelden neemt hij de ruimte om zijn thema's uit te diepen. Je zou willen dat iemand in het Stedelijk Museum hem had geholpen om zijn ideeën te structureren, zodat ook de toeschouwer die niet iedere finesse in Vanderheydens gedachtenstroom begrijpt hem kan volgen. Zodat een goed, mooi werk als Fokker 110 (1999) (twee wolkige vliegtuigramen) de aandacht zou krijgen die het verdient. Nu verzuipt het in een melee van middelmatigheid.

Deze springerigheid wreekt zich nog sterker in de `citaatwerken', waarmee Vanderheyden de kabinetten vulde. Stuk voor stuk zijn dit inktjetprints van uitvergrote details van meesterwerken – Vermeers Melkmeid en Gezicht op Delft, Velasquez' Las Meninas en Pieter Bruegels Jagers in de Sneeuw. Met deze fragmenten projecteert Vanderheyden zijn eigen fascinaties op zijn beroemde voorgangers. Het is inderdaad curieus om te zien dat de spiegellijst op Las Meninas precies het kader is op zijn Zwart kader (1966), vooropgesteld dat de kunstenaar deze lijst in 1966 nog niet kende. Maar wat hij ermee wil aantonen blijft onduidelijk. En de catalogus helpt ook al niet. Daarin schrijft Vanderheyden orakelzinnen als: ,,Voor het eerst in de geschiedenis van de kunst blijkt in de zeventiende eeuw het gebeuren binnen de rechthoek van een schilderij, onderwerp en tegelijk visie te worden.'' (over het Gezicht op Delft).

Zo blijft De analogie van het oog een onbevredigende expositie. Vanderheydens geestdrift is zo overduidelijk dat je je graag door hem zou laten meeslepen. Maar het lukt niet, zijn werken missen te vaak diepte en overtuigingskracht. En dat wordt extra pijnlijk omdat hij zelf laat zien hoe veelzeggend één krachtig beeld kan zijn. Vooral het diverse keren terugkerende Bruegel-detail is adembenemend mooi. Een perfecte sneeuwjacht, die veel meer uitdrukt dan al die ideeën in de overige zalen. Zag Vanderheyden dat maar eens.

Tentoonstelling: JCJ Vanderheyden, De analogie van het oog. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. Tel (020)5732911. Di t/m zo 11-17u. T/m 13 mei.