Beetje bezuinigen, beetje schuiven

De rust in de coalitie lijkt weergekeerd in de besprekingen over de begroting. Minister Zalm ziet volop kansen en `trucs'.

Beleeft het tweede kabinet-Kok op Witte Donderdag, vandaag over drie weken, z'n Laatste Avondmaal? Nee, het zou heel goed weer bij de gebruikelijke, wekelijkse broodjes kunnen blijven.

Afgelopen zaterdag gaf premier Kok andere signalen. Het begrotingsberaad, dat donderdag 12 april op de agenda van de ministerraad staat, wordt ,,heel moeilijk'', sprak de premier. Inmiddels klinken in de coalitie geruststellender geluiden. Minister Zalm is druk verwikkeld in tweegesprekken met zijn collega-bewindslieden om geld te vinden voor extra investeringen in onderwijs, zorg en veiligheid. Volgens ingewijden ziet Zalm mogelijkheden om circa 3 miljard gulden bijeen te sprokkelen. PvdA en D66 zullen krachtige pogingen ondernemen dit bedrag tot omstreeks 5 miljard op te rekken. Die besprekingen kunnen in de afrondende fase nog wel hoog oplopen om te eindigen in een compromis van circa 4 miljard extra uitgaven. Het accute gevaar voor het `opblazen' van de Zalmnorm lijkt intussen geweken.

Voor de weggeëbde spanning in de coalitie zijn verschillende verklaringen te vinden. Minister Zalm heeft afgelopen vrijdag iets gunstiger cijfers aan de ministerraad voorgelegd dan de bedragen die hij eerder heeft genoemd. Zalm verwacht voor volgend jaar een uitgavenmeevaller van 0,4 miljard gulden, waar eerder nog werd gerekend met een tegenvaller van mogelijk 0,5 miljard. Dit maakt dat Zalm nu ruim 2 à 3 miljard extra moet zien te vinden en niet ruim 3 à 4 miljard, zoals eerder werd gevreesd. Tot een kalmer politiek klimaat draagt bovendien bij dat het PvdA-congres van afgelopen weekeinde in relatieve rust is geëindigd: mét een aangescherpt profiel van kroonprins Melkert, zónder de last van zwaar aangezette congresuitspraken.

In kabinetskring circuleren diverse mogelijkheden om geld voor extra investeringen vrij te spelen. Alle departementen gaan op dit moment met de `stofkam' door de eigen begrotingen, op zoek naar kleine, minder noodzakelijke uitgavenposten. Dit kan 0,5 à 1 miljard opleveren: een bescheiden vorm van bezuinigen, op een rijksbegroting van in totaal 350 miljard. Daarnaast wordt gedacht aan een indirect bezuinigingsrondje, door de inflatiecorrectie voor de diverse begrotingen niet volledig toe te passen. Geld dat hiermee wordt bespaard, circa 1 miljard, kan vervolgens gericht worden ingezet voor het lenigen van publieke noden.

Een volgende bron voor extra uitgaven is vooral een cosmetische ingreep. Het betreft schuiven met geld dat departementen jaarlijks overhouden en dat ze als regel mogen doorboeken naar volgende jaren. Met deze zogenoemde `eindejaarsmarge' is een bedrag gemoeid van 1 à 1,5 miljard gulden. Minister Zalm zal proberen ook een deel van dit geld onder te brengen in het `pakket' voor extra investeringen. Aangezien onderwijs, zorg en sociale zekerheid samen het grootste beslag leggen op de collectieve uitgaven, zal in deze sectoren ook het meeste geld binnen de `eindejaarsmarge' zijn te vinden. Het is extra geld dat de departementen toch al mogen meenemen naar volgende jaren, maar dat straks hoewel `sigaar uit eigen doos' aan de publieke sector kan worden gepresenteerd als `extra investering'.

Ten slotte wordt van Sociale Zaken een forse bijdrage verwacht voor extra investeringen in de publieke sector. Minister Vermeend houdt op dit moment de uitgaven voor de zogenoemde `Melkert-banen' tegen het licht, die erop zijn gericht lager opgeleide mensen in de marktsector aan werk te helpen. Deze vorm van werkloosheidsbestrijding wordt inmiddels als minder urgent beschouwd. Stimulering van de arbeidsmarkt in de publieke sector (assistentie op scholen, extra verzorging in verpleeghuizen, enz.) geldt nu als des te noodzakelijker. Bij Sociale Zaken is hiervoor minimaal 0,75 en maximaal 1,5 miljard gulden te vinden, die op Prinsjesdag kan worden gepresenteerd als versterking van de collectieve sector, in antwoord op aanbevelingen van een ambtelijke commissie-Van Rijn.

Bij elkaar opgeteld zou minister Zalm zonder veel weerstand tot een extra investering van 3 à 4 miljard moeten kunnen komen. Zalm hoopt hierbij geheel binnen de begrotingsregel van de coalitie te blijven. Met de VVD valt vooralsnog niet te praten over doorbreking van de `Zalmnorm', hoewel PvdA en D66 hiertoe een krachtige poging zullen wagen alleen al om de werking van deze strikte regel voor een eventueel volgend regeerakkoord alvast wat op te rekken.

Het is intussen de vraag of er aan de inkomstenkant van de begroting werkelijk zoveel geld is te vinden als de PvdA en D66 regelmatig hebben voorgesteld. Gesproken wordt over een bedrag van circa 30 miljard gulden, maar dit is een verwarrend getal. Het gaat om 30 miljard gulden ten opzichte van de verwachting uit 1998, toen het regeerakkoord werd opgesteld.

Inmiddels wordt gerekend met andere grootheden, zoals een begrotingsoverschot van 1 à 2 procent, waarmee de staatsschuld versneld moet worden afgelost. Wie met deze gegevens opnieuw berekeningen maakt, komt volgend jaar uit op 10 miljard extra ruimte aan de inkomstenkant van de begroting, waarvan vrijwel zeker 7,5 miljard naar versnelde schuldaflossing gaat. Blijft over: 2,5 miljard om in een politieke strijd te verdelen tussen lastenverlichting en eventuele nieuwe uitgaven. De komende drie weken zal blijken in hoeverre deze strijd nog zal oplaaien.