ACHTERSTAND

Ongeveer een op de vijf basisschoolkinderen heeft een korte of een langere periode moeite om mee te komen. Vaak is het niet meteen duidelijk wat hiervan de oorzaak is. Als ouders vermoeden dat het niet goed gaat met hun kind, kunnen zij het beste een afspraak maken met de leraar.

De basisschool heeft de opdracht haar onderwijs af te stemmen op de ontwikkeling van de leerlingen. Met observaties, schooltesten, toetsen en leerlingvolgsystemen kunnen leraren tegenwoordig eerder leerproblemen en achterstanden in de ontwikkeling ontdekken. Als leraar en ouders de hoofden bij elkaar steken, kan een beter beeld ontstaan van het kind en de situatie waarin het verkeert.

In gesprekken tussen de ouders en de school kan ook worden gezocht naar een juiste aanpak van het probleem voor zowel het onderwijs als de opvoeding.

Sommige problemen en achterstanden kan de groepsleraar oplossen door meer individueel onderwijs te geven. Hier is niet steeds tijd voor. Enkele scholen hebben voor deze taak speciaal opgeleide leraren in dienst, de zogeheten remedial teachers. Er zijn ook scholen die van de overheid meer personeel en middelen krijgen om hun leerlingen extra te ondersteunen. Dit zijn scholen met kinderen die extra hulp nodig hebben om achterstanden te voorkomen of weg te werken. En dan blijft er nog een grote groep scholen over waar geen tijd of geld is om kinderen die niet meekomen te helpen.

Ouders met kinderen op deze scholen en ouders met kinderen die problemen hebben die niet direct onderwijsgerelateerd zijn, kunnen elders hulp zoeken. Leraren hebben vaak wel ideeën over waar kinderen met problemen geholpen kunnen worden, maar ouders kunnen zelf ook instellingen benaderen.

Voor adressen van verschillende Nederlandse instellingen op het gebied van jeugdzorg, gehandicaptenzorg, jeugdhulpverlening en speciaal onderwijs: Sociale kaart jeugdzorg 2001, Bohn Stafleu Van Loghum, ISBN 90-313-3228-3