`Zeurzak' uiteindelijk toch uitgekocht

Overheden zien hardnekkig af van het handhaven van de regels, zoals gebeurde in Enschede en Volendam. En het komt veel vaker voor. Een serie van vier voorbeelden. Deel 3: Broodjeszaak Willemientje.

Volgens het bestemmingsplan is het pand op de hoek van De Heurne en de Wilhelminastraat een winkel. Maar in werkelijkheid is `Willemientje' een goed lopende broodjeszaak waar tafeltjes dicht op elkaar gepakt staan en de bediening een glas melk met een gegratineerd pizzabroodje serveert. Dat gebeurt al bijna twintig jaar lang, en opmerkelijk genoeg al die tijd zonder horecavergunning.

Bovenbuurman J. van den Graven trok hier zestien jaar tegen ten strijde, maar na een voor hem gunstige uitspraak van de Raad van State werd hij in 1999 uitgekocht. Hij woont nu een paar honderd meter verderop, in dezelfde drukke winkelstraat. De makelaar wilde de nieuwe woning eerst niet aan Van den Graven verhuren. Hij was immers die ,,zeurzak' van verderop. ,,Droevig toch', zegt mevrouw Van den Graven. Op tafel ligt de tastbare geschiedenis van het juridisch gesteggel uitgestald. Een fotoboek, een eigenhandig bijgehouden dossier en rekeningen van advocaten en deurwaarders. In 1959 kwam het echtpaar Van den Graven boven het pand wonen. Als de leegstaande winkel verbouwd wordt tot broodjeszaak, gaat de eerste protestbrief de deur uit. De situatie escaleert vanaf 1985, als de huidige eigenaar van Willemientje de broodjeszaak overneemt. Stankoverlast, muziek en een afzuigkap verzieken het woongenot van Van den Graven. ,,Die afzuigkap draaide dag en nacht, ik kon geen oog dicht doen.'

De eigenaar brengt verbeteringen aan, controleurs stellen vast dat alles volgens de regels is, maar Van den Graven blijft klagen. Hij spant ettelijke procedures aan tegen het horecagebruik van het pand, maar de gemeente grijpt niet in. Enschede is van mening dat in bijzondere gevallen afgeweken kan worden van het bestemmingsplan. Burgemeester J. Mans schrijft Van den Graven in augustus 1998: ,,Een discussie over de wijze waarop de vestiging van de broodjeszaak ter plaatse tot stand is gekomen, is mijn inziens thans niet meer zinvol.'

De Almelose rechtbank geeft de gemeente gelijk, maar de Raad van State oordeelt eind 1998 dat er niet mag worden afgeweken van het bestemmingsplan. Ruim twee jaar zijn inmiddels verstreken, en behalve de verhuizing van Van den Graven is er niets gebeurd. Een woordvoerster van de gemeente laat weten dat ze officieel niets over de zaak mag zeggen.

Eigenaar Sassen van Willemientje is nog steeds boos, niet meer op zijn bovenbuurman maar op de gemeente. Met zijn geld is Van den Graven uitgekocht, maar een horecavergunning heeft hij nog steeds niet. ,,De gemeente komt haar afspraken niet na. Ik voldoe aan alle eisen, maar word van het kastje naar de muur gestuurd.'

Ook de politie treft volgens Van den Graven schuld. Die heeft altijd geweigerd iets aan de situatie te doen. Zo werd een aangifte wegens vermeende valsheid in geschrifte over de brandveiligheid van het pand niet eens in behandeling genomen. En de politie deed ook niets tegen de uitbreiding van het terras en de opslag van terrasstoelen naast zijn voordeur. ,,Uitgaanspubliek probeerde altijd met veel lawaai die stoelen los te maken. Sprongen wij weer hoog op in bed', vertelt Van den Graven.

In een rapport schrijft de wijkagent in juli 1997: ,,Er is toestemming voor de opslag van terrasmeubels op de stoep.' Later blijkt dit onjuist te zijn. In hetzelfde politierapport wordt Van den Graven omschreven als ,,een notoire klager die altijd gelijk wil hebben en daardoor niets ontziet'. Dezelfde agent, zo vermoedt Van den Graven, vertelt hem later via de telefoon dat het voor alle partijen het beste is als hij ,,uit de binnenstad vertrekt' en dat ,,het hele binnenstadsteam een hekel aan hem heeft'.

Van den Graven klaagt over de handelwijze van de politie bij de Nationale Ombudsman. Die oordeelt dat de politie en de korpsbeheerder, burgemeester Mans, de klachten van Van den Graven niet behoorlijk hebben afgehandeld. Volgens de Ombudsman had de gemeente via bestuursdwang de terrasvergunning moeten intrekken om een einde te maken aan de overlast.

Uit de mond van Van den Graven geen kwaad woord meer over de gemeente. Zo is dat nu eenmaal contractueel afgesproken. Wel heeft hij nog een appeltje te schillen met de politie. ,,Ik heb nog geen excuus gehad. Niets, helemaal niets', zegt hij verontwaardigd. Vanuit zijn nieuwe woning zag hij onlangs hoe vandalen een hek van een benedenbuurman sloopten. Van den Graven stond erbij en keek er naar. Hij weigert de politie te bellen, zolang ze niets van zich laten horen.

De delen 1 en 2 verschenen op zaterdag 17 en dinsdag 20 maart.