Spoorimpasse

OP TIJD RIJDEN wil voor de Nederlandse Spoorwegen nog wel eens een probleem zijn; op tijd reageren is dat zeker niet. Met een voor spoorwegbegrippen ongekende snelheid had de directie van de NS gisteren haar reactie gereed op het interim-advies van de commissie van wijzen, die de problemen bij de spoorwegen tussen personeel en bedrijfsleiding onderzoekt. Nog tijdens de persconferentie, waar de bemiddelaars Blankert en Stekelenburg hun eerste bevindingen presenteerden, liet de directie weten de belangrijkste aanbeveling uit het advies naast zich neer te zullen leggen. Het voorstel om het bij het personeel zo omstreden `rondje om de kerk' op te schorten, is voor de directie onbespreekbaar.

Hiermee lijkt de leiding van de Spoorwegen dus voor de harde lijn te kiezen. Lijkt, want onduidelijk is of de directie van de NS slechts technische bezwaren hanteert tegen het opschorten van de zogeheten `procesvereenvoudiging' of dat er sprake is van een principiële afwijzing. In hun reactie op het interim-advies stellen de Spoorwegen namelijk ook ,,als uiterste consequentie'' bereid te zijn de procesvereenvoudiging aan te passen als dat de uitkomst zou zijn van een onafhankelijke toetsing. Volgens het bedrijf vergt zo'n besluit een aantal maanden van voorbereiding. Tot de zo fel bediscussieerde dienstroosters geëffectueerd zouden moeten worden – de nieuwe dienstregeling gaat op 10 juni in – zijn overigens ook nog een aantal maanden te gaan. Met andere woorden: de technische problemen die de NS tegen het opschorten van de plannen aanvoert, moeten oplosbaar zijn. Daarvan hebben de adviseurs Blankert en Stekelenburg zich overigens ook vergewist voordat zij hun voorstel deden.

HET VOORLOPIGE resultaat is dat het advies van de commissie, bedoeld om de verziekte arbeidsverhoudingen binnen het bedrijf te herstellen, alleen maar averechts heeft gewerkt. Het ontevreden treinpersoneel ziet in de afwijzende houding van de NS-directie het eigen gelijk bevestigd. En de spoorwegdirectie heeft nu niet alleen een probleem met de eigen medewerkers, maar ook met de onafhankelijke bemiddelaars en de minister van Verkeer en Waterstaat die eveneens niet te spreken is over de halsstarrige houding van de directie.

Het probleem voor de Spoorwegen is dat het conflict niet zonder medewerking van het personeel kan worden opgelost. Aan het begin van de jaren tachtig beëindigde de Amerikaanse president Reagan een conflict met luchtverkeersleiders door de stakers allemaal te ontslaan. Een dergelijke oplossing is in het `Rijnlandse model' niet mogelijk. Hoezeer de Spoorwegen met hun streven naar procesvereenvoudiging om de treinen op tijd te laten rijden het gelijk aan hun zijde hebben, het zal toch met het personeel moeten gebeuren.

Ook voor de leiding van de NS geldt dat er verschil is tussen gelijk hebben en gelijk krijgen. Voor dat gelijk krijgen staan er in het advies van Blankert en Stekelenburg waardevolle elementen, zoals het uitschakelen van de ongecontroleerde personeelscollectieven die de afgelopen tijd bij de Spoorwegen de dienst uitmaken. Het advies van de bemiddelaars vormt een goede basis voor het zo noodzakelijke verdere gesprek, zolang duidelijk blijft dat uitstel van het `rondje om de kerk' geen afstel betekent. Maar om de oorlog te winnen moet soms wel eens een stap worden teruggezet. Van dat besef heeft de NS-directie te weinig blijk gegeven.