NS wil het conflict best oplossen, maar hoe?

Het conflict binnen NS verhevigt zich. De NS-top zegt dat de nu gestrande bemiddelingspoging vooral een idee was van minister Netelenbos. NS is weer aan zet.

Nog geen uur nadat Hans Blankert en Johan Stekelenburg met hun voorlopig advies kwamen, gooide president-directeur Hans Huisinga van de Nederlandse Spoorwegen het in de prullenbak. Maar eigenlijk had hij dat daarvoor al gedaan, toen minister Tineke Netelenbos (Verkeer) de adviescommissie instelde met de goedkeuring van ook de NS-directie. Vandaag hebben Blankert en Stekelenburg een pauze genomen, om alles even op zich in te laten werken. De minister is op dienstreis - eigenlijk zit iedereen te wachten op de volgende mededeling van de NS-directie.

Bij de instelling van de commissie, twee weken geleden, zei de NS-directie ,,natuurlijk'' mee te willen werken aan een oplossing voor het conflict. Niet erg verrassend omdat ze zelf dringend hadden geroepen om de hulp van wijze mannen, omdat het conflict onoplosbaar bleek. Op 8 maart 's avonds zaten Netelenbos en de NS-directie bij elkaar in een zaaltje van een hotel in Hoofddorp. De spoorwegbazen gaven daarbij aan zelfs bindende arbitrage te willen.

Vandaag zegt een NS-woordvoerster: ,,Niemand heeft ons gezegd dat het advies van de heren bindend zou zijn. Vanaf het begin af aan hebben wij tegen de commissie gezegd dat het nieuwe dienstrooster, de procesvereenvoudiging, noodzakelijk is en dat daar niet aan getornd zou worden''. NS geeft geen haarbreed toe als het om de procesvereenvoudiging gaat, de koppeling van personeel aan bepaalde trajecten. Dat is nodig om vertragingen te voorkomen, zegt het spoorbedrijf.

Waar had NS dan wel op toe willen of kunnen geven? ,,Niets'', zegt NS nu, ,,want het conflict draait uitsluitend om het rooster.''

Waarom stemde NS twee weken geleden dan in met de instelling van de adviescommissie? ,,Omdat de minister dat wilde.'' De zaken worden dus omgedraaid. NS zegt: ,,Prachtig dat de commissie met mooie voorstellen komt, maar wij hebben ons standpunt uitgebreid aan de commissie toegelicht.'' En: ,,We willen het conflict best oplossen, maar we weten zelf ook niet hoe.'' Buiten de starre houding van NS in de al jaren durende ruzie met een groot deel van de conducteurs en machinisten, is het de vraag of het eigenlijk wel mogelijk is, wat de commissie van de Spoorwegen vraagt. Directeur Hans Huisinga zei gisteravond dat het ,,technisch onmogelijk'' zou zijn, de invoering van de nieuwe dienstregeling per 10 juni nog even uit te stellen. Krap drie maanden is bijvoorbeeld te kort om een totaal nieuwe dienstregeling in te voeren. En het langer laten doorlopen van het huidige rooster is volgens NS eveneens onmogelijk.

Ten eerste zijn er internationale afspraken gemaakt tussen de Europese spoorwegmaatschappijen, zegt NS. Op 10 juni moeten alle spoorbedrijven een nieuw dienstrooster laten ingaan, dat op 1 januari 2003 afloopt. De internationale dienstregelingen sluiten daardoor op elkaar aan. Daarbij geldt dat zorgvuldig moet worden gepland waar al het materieel op die dag staat.

Een dienstregeling moet 28 dagen voordat zij ingaat, worden geplubiceerd. Dat is zo bij wet geregeld en daardoor hebben ze eigenlijk nog een maand minder de tijd om zich voor te bereiden. En een compleet nieuwe, of flink aangepaste dienstregeling is onhaalbaar - ,,dat kost 350 medewerkers 13 maanden''. Logistiek gezien is het namelijk erg ingewikkeld een rooster te maken voor ,,5.000 treinen per dag en 7.500 machinisten, conducteurs en rangeerders.''

Overigens ligt de nieuwe dienstregeling in de vorm van het spoorboekje al enige tijd bij de drukker, die ook tijd nodig heeft voor de productie.

Blankert en Stekelenburg noemden de argumenten van NS onzin. Stekelenburg: ,,Het is geen idiote eis, dan zouden we die niet stellen. Hier ligt een uitstekend interim-advies.'' Volgens Blankert is niet zozeer de datum van 10 juni, maar de 8ste april van groot belang. Dan wordt er begonnen met de invulling van de dienstroosters, die dit jaar op basis van de vereenvoudiging (`rondje om de kerk') er heel anders uitzien dan voorgaande jaren. Machinisten en conducteurs horen bijvoorbeeld veel vaker bij elkaar, vormen als het ware gedurende periodes een team.

Maar tot die achtste april zou er ruimte zijn om de commissie het werk te laten doen. Blankert en Stekelenburg weten ook dat het personeel redelijk op tijd moet beschikken over het nieuwe dienstrooster. Blankert: ,,We hebben ons goed laten informeren en het is zeer zeker mogelijk.''

In kringen rond de commissie wordt erop gewezen dat de NS-directie ook nog een andere redenering zou kunnen volgen. Als de vereenvoudiging, het vaker rijden van vaste trajecten, inderdaad goed doordacht is en uitgebreid overleg met alle deskundigen, dan zou de NS-top enig vertrouwen kunnen hebben in het beoordelingsvermogen van de commissie. Blankert en Stekelenburg zijn in staat om kwaliteit te herkennen.