Nigeria staakt tegen prijzen brandstof

In zeker vijftien Nigeriaanse deelstaten wordt sinds gisteren gestaakt uit protest tegen stijgende brandstofprijzen. De overkoepelende vakbond heeft werknemers opgeroepen tot en met volgende week massaal het werk neer te leggen. De vakbonden zijn het niet eens met regeringsplannen om de oliesector te dereguleren. In de noordelijke stad Kano gingen gisteren al enkele duizenden betogers de straat op om hun onvrede te uiten over het economische beleid van president Olusegun Obasanjo. De demonstraties moeten de aanloop vormen tot een massale protestbijeenkomst volgende week in de hoofdstad Abuja, aldus de voorzitter van de overkoepelende vakbond Nigeria Labour Congress (NLC). De Nigeriaanse regering maakte vorige week bekend dat veel brandstofproducten niet langer gesubsidieerd zullen worden. Ook gaat het maartregelen nemen om te voorkomen dat gesubsidieerde petroleum wordt doorverkocht op de zwarte markt of naar het buitenland wordt gesmokkeld. Minister van Informatie Jerry Gana kondigde vorige week aan in een speciale televisie-uitzending dat de regering niet langer zou toezien hoe de Nigeriaanse economie ,,gesaboteerd'' werd.

Met een productie van ruim twee miljoen vaten per dag is Nigeria een van de grootste olieproducenten ter wereld. Het kampt echter met een ernstige economische crisis en brandstof is schaars. Al weken staan er lange rijen voor benzinestations. Veel hoge ambtenaren worden ervan verdacht goedkope olie en brandstof weg te sluizen en tegen het viervoudige van de prijs door te verkopen op de zwarte markt, waar brandstof wel ruim voorhanden is. President Obasanjo zei dat hij in plaats van de olie-industrie liever de sectoren onderwijs en volksgezondheid subsidieert. Hij heeft inmiddels een voorstel naar het parlement gestuurd om een onafhankelijk orgaan op te richten dat de olieprijzen kan controleren als de subsidies zijn ingetrokken.