Humor en een scherp oog voor detail

Grappig en herkenbaar, die indruk wekt het werk van de schilder en keramist Harm Kamerlingh Onnes (1893-1985) voortdurend. Neem bijvoorbeeld het schilderij Bermtoerisme (1971), waarop een man en een vrouw staan afgebeeld die achteloos aan de rand van een weg zitten, de thermosfles binnen handbereik, de sigaret bungelend in de mondhoek. Het zijn figuren die je elke dag ontmoet. Het doek heeft heldere kleuren, zoals het rood van de jurk tegen een donkere achtergrond, en is geschilderd met een scherp oog voor detail.

Ook met De Tuinlieden van Endegeest (1958) ontlokt Kamerlingh Onnes je een glimlach. Ondanks de landerigheid die het doek uitstraalt zit ook hier het grappige effect in een klein hoekje. En wel letterlijk deze keer. Op de achtergrond staan twee tuinmannen onder bloeiende bomen, op de voorgrond lopen vrouwen van links naar rechts, hun wagens met fruit zijn gemerkt met de letters EG. De drager van de laatste kruiwagen is nog onzichtbaar, de letters HKO suggereren dat de schilder er zelf aan komt.

Honderd schilderijen en evenveel stukken keramiek geven, chronologisch geordend, een beeld van Kamerlingh Onnes' ontwikkeling, van de Locomotief met wagon uit 1900 tot Waalsdorpervlakte in 1985. De potloodtekening en de aquarel, het begin en het einde van zijn artistieke evolutie, hangen onder elkaar.

Kamerlingh Onnes voelde zich het best thuis bij een realistische voorstelling van mensen en situaties. Toch was zijn debuut bij kunstenaarsvereniging De Sphinx, opgericht door Theo van Doesburg, grof pointillistisch. Het werk Wintermorgen, Voorheen Galgewater (1916) is zelfs zeer expressief, de zonnestralen lijken op het doek te dansen. Het is een stijl die nog verder gaat dan die van Jan Toorop en Piet Mondriaan in hun luministische werken uit 1909.

Via zijn oom, de schilder Floris Verster, maakte Kamerlingh Onnes, afkomstig uit een artistiek milieu met een muzikale moeder en een schilderende vader, kennis met het werk van Vincent van Gogh. Zijn studietekening Schoen (1913) wordt gekenmerkt door dezelfde losse manier van tekenen en de rake lijnvoering die Van Gogh hanteert. Ook het schilderij Venetië uit 1957 herinnert aan de favoriete schilder van oom Floris Verster, nu door het kleurgebruik.

Geleidelijk aan evolueert Kamerlingh Onnes naar een eigen stijl. Niet alleen in zijn ontwerpen van glas-in-loodramen, maar vooral in zijn schilderijen vallen dezelfde vlakke stilering en het gebruik van heldere kleuren op, die ook het werk van Kamerlingh Onnes' andere voorbeeld Bart van der Leck kenmerken.

Na een grote reis in 1922 naar Nederlands-Indië, Japan en China, komen mensen steeds prominenter in zijn werk voor. Tijdens de boottocht, die hij ondernam met zijn oom Dolf, tekende Kamerlingh Onnes uitvoerig zijn medepassagiers. De brieven die hij aan zijn familie schreef zijn geïllustreerd met grappige details: `vier verschillende luchtkokers', `Chineezen die het koud hebben', schetsen van een mannetje in een stoel. De schetsen zijn minutieus uitgewerkt. Het is een werkwijze die ook zijn schilderijen gaat typeren.

Voor de ontwikkeling van zijn keramiek was de kennismaking met Aziatische kunst tijdens die reis door de oosterse wereld van groot belang. In zijn brieven beschrijft Kamerlingh Onnes voortdurend kopjes, schoteltjes en `leeuwtjes van blanc de chine'. Een paar van die keramische voorwerpen tekent hij in zijn brieven na. Zijn Vier witte vazen konden door hun stijl en kleur zo uit het Chinese Ming-tijdperk stammen. Ze hebben een sobere, vierkanten vorm en zijn monochroom wit geglazuurd.

Het vormexperiment is in het keramisch werk van Kamerlingh Onnes eerst het belangrijkste. Later maakt hij meer beschilderingen op de keramiek. Zuiver decoratievepatronen en dieren, gereduceerd tot geometrische vormen wisselen elkaar af. Vierkanten dozen doen aan Chinese `tings' (driepotige potten) denken.

Kamerlingh Onnes' opvatting dat mislukkingen niet bestaan past geheel in de Aziatische filosofische traditie. Hij hield van het imperfecte, de weg naar het eindstadium achtte hij belangrijker dan het resultaat. Elk stuk van zijn oeuvre is dan ook uniek. ,,Elke handeling leidt tot een vorm die aanleiding geeft tot nieuwe vormen'', aldus Kamerlingh Onnes.

Door de fantasie en de speelsheid van zijn manier van werken ontstaan zo grappige objecten als Blauwe Engel (1959), een combinatie van twee vaasjes op een sokkel. Dat het vaasjes zijn, weten we alleen dankzij de verslagen van zijn experimenten met keramiek, die hij vanaf 1933 tot aan zijn dood deed, onder meer op de Calvé-fabrieken in Delft, waar zijn oom Hugo directeur was.

Kamerlingh Onnes was zich er zijn leven lang van bewust dat hij zich in een luxe-positie bevond: ,,Misschien was het voor mijn werk beter geweest als ik ook eens wat minder had gehad. Maar ik hoefde niet van mijn werk te leven, ik hoefde niet te exposeren, ik maakte wat ik aardig vond. En ik vond het ook aardig al andere mensen mijn werk plezierig vonden.''

Tentoonstelling: Harm Kamerlingh Onnes. T/m 3 juni. Stedelijk Museum De Lakenhal,Oude Singel 28-32, Leiden. Geopend di-vrijdag 10-17 uur, za-zo-feestdagen 12-17 uur.