Hier heeft gewoond

Na zijn geboorte, op 10 januari 1911 in Nijmegen, heeft Tjalie Robinson slechts drie maanden in Nederland doorgebracht, dus hij heeft er alleen maar in de luiers gelegen. Dat kwam zo. Tjalie Robinson, die in werkelijkheid Jan Boon heette, was de zoon van een Indische moeder en een Nederlandse vader. Ze woonden in Nederlands-Indië en waren op verlof in Nederland toen Jan ter wereld kwam. Drie maanden later keerden ze naar de archipel terug. Daar bracht Jan het grootste deel van zijn leven door, tot hij in 1954 zijn geboorteland boven de republiek Indonesië verkoos. Zo werd hij een van de vele Indisch-Nederlandse repatrianten.

Tjalie Robinson was een pseudoniem dat hij uit de tropen meebracht. Onder die naam had hij in diverse bladen gepubliceerd en zojuist waren zijn verzamelde columns uit de Nieuwsgier, vooral geïnspireerd door het leven op straat in het oude Batavia, in boekvorm verschenen: Piekerans van een straatslijper.

Terug in Nederland manifesteerde Tjalie, zoals iedereen hem noemde, zich als voorvechter van de Indische gemeenschap. Hij wilde een eigen blad voor die omvangrijke groep, onder meer om de Indische mensen meer zelfrespect te geven. Hij toonde zich een fel tegenstander van volledige assimilatie, want dat hield volgens hem het risico in dat de Indische cultuur zou verdwijnen.

Tjalie probeerde het eerst met de uitgave van Gerilja, dat als ondertitel `maandblad voor zelfbehoud' droeg. Toen Gerilja op een fiasco uitdraaide, volgde Onze Brug, dat in 1958 werd omgedoopt tot Tong Tong, waarvan hij zelf de redactie voerde. Hiermee had hij een vorm gevonden die aansloeg. Binnen de kortste keren werd dit blad beschouwd en erkend als de stem van Indisch Nederland.

Tong Tong was ook de naam van een Indische kunstkring die hij weldra oprichtte en bovendien was Tjalie initiatiefnemer van het Nassi-project, de afkorting van Nationale Actie Steunt Spijt-optanten Indonesië. Tussen al die bedrijven door bleef hij schrijven, waarvoor hij weer een andere nom de plume, Vincent Mahieu, gebruikte. Onder dat pseudoniem verschenen de verhalenbundels Tjies en Tjoek.

Pas ver na zijn dood in 1974 – aldus Indiëkenner Peter Schumacher – heeft Jan Boon/Tjalie Robinson erkenning gekregen als `bijzondere parel in de kroon van de twintigste-eeuwse Nederlandse literatuur'. Waaraan hij vol waardering toevoegt: `Zijn rol als geestelijk leider van de Indische gemeenschap kan niet gemakkelijk worden onderschat.'