Dansen met muffe pasjes

Met driftige en rusteloze passen beent Keith-Derrick Randolph over het podium. Soms houdt hij even halt, past en meet met precieze gebaren de proporties van de ruimte. Ook zwaait hij verwoed met een waterpas. Dat moet Frank Lloyd Wright zijn, de Amerikaanse architect die choreografe Bianca van Dillen als onderwerp koos voor Levelline, waarmee de choreografe, te gast bij Ed Wubbes Scapino Ballet Rotterdam, opnieuw in de schijnwerpers komt te staan na jaren in de luwte te hebben gewerkt.

Van Dillen en componist David Dramm namen Wrights in 1935 ontworpen villa Fallingwater als uitgangspunt. Dramms compositie voor piano, strijkinstrumenten, elektronica en fluit wordt gespeeld door een zesmans ensemble dat op een stellage zit die deel uitmaakt van het decor. Dat laatste is zichtbaar niet ontworpen door Wright maar door Van Dillen die meent dat een rommelig samenstel van platvormpjes en een trap diens briljante werk kan weerspiegelen. Nu valt bij aanvang de aanblik daarvan nog te vergeten wanneer Dramm opkomt en met zwoele stem een song zingt. Daar zit drama in, evenals in de rest van zijn compositie. Het stuwende ritme biedt een stevige bodem, specifiek in de pianodelen die Gerard Bouwhuis krachtig speelt.

Het muzikale fundament was dus gelegd. Helaas heeft Van Dillen daarop geen fraai choreografisch bouwsel geplaatst. Bij haar werk is geen sprake van ruimtelijk lijnenspel, intrigerende snijpunten, spannende raakvlakken, scherpe naadloze hoeken en ingenieuze verbindingen. Aan Wrights hechte gewichtloos lichte architectuur kan Levelline eenvoudigweg niet tippen. Om te beginnen verdwaalde ze tussen abstractie en anekdote – naast Wright figureren de opdrachtgever en familie. Nu is dat niet verwonderlijk voor iemand die gevormd is in de conceptuele jaren zestig en zeventig. Erger is dat onomwonden blijkt dat puur choreograferen nooit haar sterke kant was. De dans is niet meer dan een incoherente optelsom van muffe pasjes, schoolse frases, klassieke poses, maniëristische handen en expressionistische gebaren. Aan de danskunst van nu voegt dit troebele en al te gekunstelde werk niets toe.

Dramm leverde eveneens de muziek voor de choreografie van Ederson Rodrigues Xavier. Kennelijk was zijn inspiratie op want de muziek is nogal temerig. Jammer voor Xavier die zich liet inspiratie door de Renaissancist Leonardo Da Vinci, in het bijzonder diens 'Ornithopter', een vogelachtig fragiele constructie die er mooi uitzag maar niet functioneerde zoals de kunstenaar graag had gezien: los komen van de aarde.

Het niet kunnen vliegen is de dominante gedachte van Ornithopter. De zestien dansers lijken gekluisterd aan de aarde, vaak verstrikt in hun eigen lichaam. De knik-knakkende bewegingen geven het akelige gevoel dat het met de bouw van het menselijk lichaam niet best is gesteld. De gewrichten vormen eerder een beletsel dan dat ze dienen als soepele buigmechanismen. Nu kan dat verwrongen dansen wel boeien, maar bij een teveel wordt het toch mutantenballet. In combinatie met het ruimte-object, een opklapspiegel die boven het podium draait, en de drammerige elektronische muziek krijgt de choreografie iets onbestemd futuristisch, al lijken de mannen in hun gewaden afkomstig uit zestiende-eeuws Florence. Ornithopter wordt daarbij teveel een kostuumparade, met speelse kledij van doorzichtig kant, pluizig namaakbont en metallic tricot. En vijftig minuten zijn daarvoor te lang. In kort bestek had Xavier wellicht beter de sfeer kunnen schetsen waarvan we nu bij vlagen een vermoeden krijgen.

Voorstelling: Levelline en Ornithopher door Scapino Ballet. Choreografie: Bianca van Dillen, Ederson Rodrigues Xavier. Composities: David Dramm. Gezien: 15/3 Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 3/5.

Inlichtingen: (010) 414 24 14.