Concentratie vCJD door slachtmethode

Traditionele slachtmethodes zijn waarschijnlijk de oorzaak van vijf gevallen op één plek van de menselijke vorm van de gekke koeienziekte (BSE), variant Creutzfeldt-Jakob (vCJD). Dat concludeert de gezondheidsinspectie van het Britse graafschap Leicestershire in een vanmiddag gepubliceerd rapport over de zogeheten vCJD-cluster in het dorp Queniborough.

De vijf patiënten met de dodelijke hersenziekte waren mannen en vrouwen tussen de 19 en 35 jaar. Ze stierven kort na elkaar vanaf 1998.

Philip Monk, een specialist in besmettelijke ziekten, noemde het ,,plausibel'' dat in de jaren tachtig BSE-koeien in abattoirs rond Queniborough zijn geslacht.

De vijf hebben mogelijk vlees gegeten van slagers die op traditionele wijze runderkoppen kliefden om de hersens te verwijderen. Daarbij kan besmet weefsel zijn vrijgekomen en via messen zijn verspreid, zei Monk.

Vier van de 22 onderzochte slachthuizen werkten zo, totdat de praktijk werd verlaten toen de BSE-epidemie in de jaren '90 een hoogtepunt bereikte. De slachterijen zouden niet geleverd hebben aan supermarkten, die golden als potentiële besmettingsbron. De vijf aten rundvlees maar deelden geen slager.

De rapporteurs zeggen ,,een hypothese'' te hebben bedacht die landelijke toetsing verdient. Ook is het waarschijnlijk dat BSE op meer manieren kan worden overgebracht. Tot nu toe zijn 94 Britten aan vCJD overleden.

Professor Richard Lacey, de microbioloog die als eerste een verband tussen BSE en vCJD suggereerde, zei tegen de BBC dat ,,we nog steeds niets wijzer zijn''. Het rapport is volgens hem ,,pure speculatie'', die tot doel heeft op korte termijn te ,,sussen'' in plaats van de waarheid over de ziekte te vinden.