Bijna-crisis na aanslag op Reagan in '81

Amerikaanse jachtbommenwerpers stonden na de aanslag op de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan op 30 maart 1981 klaar om een Sovjet-onderzeeër voor de oostkust aan te vallen. Dit onthult de toenmalige veiligheidsadviseur Richard V. Allen in de aprileditie van de Atlantic Monthly. Twintig jaar na de aanslag, die Reagan overleefde, citeert Allen uit zijn eigen niet eerder bekendgemaakte bandopnames van het koortsachtig overleg direct na de aanslag tussen onder anderen de ministers van Defensie Caspar Weinberger, van Buitenlandse Zaken Alexander Haig en van Financiën Donald T. Regan en medewerkers in de zogeheten Situation Room, een bunker onder het Witte Huis.

Uit de opnames blijkt ook dat de ministers op zoek waren naar een reservekoffertje met de nucleaire codes voor de kernwapens, dat in een kast bewaard bleek te worden. Ook blijkt onder meer dat in de heersende verwarring Haig geruime tijd in de foutieve veronderstelling verkeerde dat hij volgens de Grondwet aan het hoofd stond van de VS nu de president op de operatietafel lag en de vice-president, George Bush, per vliegtuig onderweg was vanuit Texas. Haigs verklaringen hierover tijdens een persconferentie zijn inmiddels legendarisch: ,,Volgens de Grondwet heb je de president, de vice-president en de minister van Buitenlandse Zaken, in die volgorde.'' In werkelijkheid zijn de voorzitter van het Huis van Afgevaardigden, gevolgd door de president in tempore uit de Senaat eerder aan de beurt om het presidentschap in voorkomende gevallen waar te nemen. Uit de opnames blijkt dat Haig gewikkeld was in een competentiestrijd met Weinberger.