België bindt in over Italië-boycot

De Belgische minister Michel baarde onlangs opzien met een pleidooi voor sancties tegen Italië als extreem-rechts daar aan de macht zou komen. In Gent bond hij gisteren in.

Mocht Forza Italia, de partij van Silvio Berlusconi, op 13 mei de Italiaanse verkiezingen winnen in een alliantie met de Lega Nord van Umberto Bossi, dan zal de Europese Unie geen maatregelen kunnen nemen tegen Italië. Dat zei de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel gisteren tijdens een gastcollege aan de universiteit van Gent. ,,Of er een kans is dat het ons lukt om hetzelfde met Italië te doen als met Oostenrijk [toen daar, in februari vorig jaar, de extreem-rechtse FPÖ in de regering belandde, red.]'', vroeg Michel zich af voor een zaal bomvol studenten. ,,Ik denk van niet. Echt niet''.

Vorige maand deed Michel nog veler wenkbrauwen fronsen toen hij ervoor pleitte in EU-verband actie te ondernemen, mocht Lega Nord van de ,,neo-fascist'' Bossi in een regering stappen met Forza Italia. Hij zweeg toen over het `waarschuwingssysteem' dat de EU in december in Nice afsprak.

De Europese regeringsleiders wijzigden in Nice artikel 7 van het EU-verdrag. Daarin staat nu dat regeringsleiders een EU-lidstaat bepaalde rechten kunnen ontnemen als er in dit land gevaar bestaat voor ,,een ernstige en voortdurende schending'' van de beginselen van vrijheid, democratie en mensenrechten. Maar vóór die maatregelen er kunnen komen, moeten nog vele hordes worden genomen. Eerst moet eenderde van de lidstaten, de Europese Commissie of het Europees Parlement een ,,met redenen omkleed'' voorstel doen waarin staat dat er gevaar dreigt. Het voorstel wordt alleen overgenomen als ten minste viervijfde van de regeringsleiders zich erachter schaart. Ook het parlement moet het ermee eens zijn. Vervolgens moeten de regeringsleiders de lidstaat `horen'. Vinden ze de toelichting onbevredigend, dan moeten ze nog een aantal procedurele hobbels nemen voor ze tot eventuele schorsing van de lidstaat kunnen overgaan.

In Gent gaf Michel voor het eerst met zoveel woorden toe dat hij door deze serie checks and balances ,,niet meer de bekwaamheid zal hebben om veertien landen samen te brengen''. Vorig jaar lukte dat nog wel. Op zijn initiatief begon toen een diplomatieke boycot tegen Oostenrijk, die na zeven maanden werd opgeheven, nadat drie `wijzen' hadden vastgesteld dat Wenen geen schending van Europese beginselen viel te verwijten.

Michel zei dat ,,inmenging in binnenlandse aangelegenheden in Europa, binnen onze Unie, een plicht is''. Hij gaf toe gefrustreerd te zijn dat de boycot zo afliep. ,,Ik heb er een ethisch probleem mee'', zei hij, ineens met felle stem en zweet op zijn voorhoofd, ,,om partijen of politici alleen op daden te beoordelen. Je zegt: `U mag leugens verspreiden, programma's verkondigen, oneerlijk zijn tijdens de verkiezingscampagne wij oordelen pas als u in de regering zit'. Dat is te gemakkelijk. Het betekent dat een partij alles mag zeggen om stemmen te halen.''

Michel vertelde ook dat hij uitvoervergunningen van Belgische wapens naar Israël had stopgezet vanwege de Israëlische onderdrukking van de Palestijnse intifadah. ,,In dezelfde geest tracht ik mijn Europese collega's gevoelig te maken voor die problematiek''. In een bewuste toespeling op Nederland vervolgde hij: ,,Toegegeven, zonder succes [...] Er zijn sommige landen die afhankelijk zijn van Amerika. Dat staat één Europese aanpak in het Midden-Oosten in de weg.''