Verse vis

Nu we ons alweer bijna een week lang suf kauwen op het thema `schrijven tussen twee culturen', wordt het hoog tijd dat de naam Jhumpa Lahiri eens valt. Vooral lezers die verzadigd zijn geraakt van al het gesalmanrushdie, kan ik Lahiri van harte aanbevelen. Sterker nog, elk volgend meesterwerk van Rushdie ruil ik ongezien in voor een nieuw boek van Lahiri.

Jhumpa Lahiri is een 34-jarige schrijfster van Indiase afkomst die in de Verenigde Staten is opgegroeid. Zij debuteerde in 1999 met de verhalenbundel Interpreter of Maladies, in Nederland bij uitgeverij De Harmonie uitgekomen onder de titel Een tijdelijk ongemak. De Nederlandse vertaling (van Marijke Emeis) is nog altijd leverbaar, maar veel boekhandels hebben haar niet in voorraad. Dat krijg je met die campagnes: te veel van hetzelfde op de schappen.

Een tijdelijk ongemak behoort tot de gaafste verhalenbundels die ik ooit gelezen heb. Het is een volmaakt debuut dat terecht meteen belangrijke literaire prijzen kreeg: de Pulitzer prize en de PEN/Hemingway-award voor het beste debuut van het jaar.

Veel van Lahiri's verhalen gaan over Indiase immigranten in Amerika die hun bestaan in de peilloos diepe kloof tussen hun oude en nieuwe cultuur zien vallen. Zij proberen er het beste van te maken, maar op de achtergrond knaagt onophoudelijk het verlangen naar hun geboorteland.

NRC Handelsblad bracht destijds een kort interview van Miranda Westerhoud met Lahiri onder de welgekozen kop: ,,Verse vis maakt gelukkig''. Dat sloeg op `Bij mevrouw Sen', een aangrijpend verhaal over een Indiase vrouw die met haar man, een wetenschapper, naar Amerika is gekomen en daar haar droeve dagen slijt met speurtochten naar verse vis. ,,Ik denk dat voor de meeste immigranten eten een obsessie is'', vertelde Lahiri in dat interview. ,,Om op zijn minst dat te kunnen eten wat je kent. Mijn ouders reden soms kilometers ver om ergens bepaalde ingrediënten te halen, of lieten ze door vrienden uit India meebrengen. Iedere dag werd er een Indiase maaltijd gegeten, als ritueel bijna, om maar met India verbonden te blijven.''

Mevrouw Sen moet ook zoveel rijden, maar ze heeft één groot probleem: ze kan niet rijden. Toch doet ze het. Waartoe dat allemaal leidt, beschrijft Lahiri in haar mooiste proza.

Haar verhalen reiken verder dan het immigrantenthema. Het zijn in de eerste plaats verhalen over de thema's die ons allemaal raken: liefde, eenzaamheid, dood. De afgelopen week bracht The New Yorker een nieuw, fascinerend verhaal van haar, `Nobody's Business'. Een jongen woont in een studentenhuis met Sang, een jonge vrouw van Indiase afkomst. Ze heeft een relatie met een man. Als ze een poosje weg is, komen er verontrustende telefoontjes binnen van een andere vrouw. Deze vrouw blijkt óók een relatie te hebben met de vriend van de nietsvermoedende Sang. Wat moet de jongen doen? Sang inlichten?

Een verhaal over overspel dus, voor Indiërs net zo'n groot (en doorgaans tijdelijk) ongemak als voor niet-Indiërs.