The Deftones slaan op hol

De nieuwe Music Hall naast de Amsterdam Arena is een wonder van geluidsisolatie. Enkele meters buiten het gebouw is nauwelijks te merken dat binnen een snoeihard rockconcert plaatsvindt, en zelfs in de omgang rond de zaal kan zonder stemverheffing een goed gesprek worden gevoerd. De hoge gangen bieden voldoende ruimte en zuurstof en er is meer bewegingsvrijheid dan popliefhebbers van andere nieuwgebouwde concertzalen als de Melkweg Max en het Tilburgse 013 gewend zijn. Toch verliep de kennismaking met de Music Hall als een speciaal voor harde rockconcerten ingerichte vrijplaats in de nabijheid van openbaar vervoer en overdadige parkeerruimte (het vrijwel lege Transferium) gisteren niet zo idyllisch als verwacht.

Allereerst waren er de aanloopproblemen met de infrastructuur: enorme rijen voor ingang en garderobes, droge kelen en schaarste aan consumpties door defecte muntautomaten en het veel te hel verlichte, steriele interieur. Binnen was crowdsurfen verboden, maar in het gedrang voor de garderobe werd de eerste bezoeker al met grote hilariteit boven de hoofden doorgegeven. Er was veel gemopper, bijvoorbeeld over het lage volumeniveau van het voorprogramma, dat meer gemeen had met een beschaafd transistorradiogeluid dan met een opwindend rockconcert. ,,Perfect voor een poëzie-avond'', oordeelde iemand hardop. ,,Mijn autoradio gaat harder!'' riep een ander. Als gewoonlijk mocht het voorprogramma veel minder hard dan hoofdact The Deftones, en zo haalde de fantastische geluidsdemping de angel uit de optredens van metalgroepen Taproot en Linkin Park die de zaal zijn vuurproef lieten ondergaan.

Bij The Deftones gingen wel alle schuiven open, met als gevolg dat de lage tonen door het gebouw geabsorbeerd werden en er een snerpend en wel degelijk trommelvliesgevaarlijk geluid overbleef. Muziek als van The Deftones moet je in het middenrif voelen, maar in plaats daarvan scheurden vooral de hoge tonen keihard door de ruimte en was er ondanks al die mooie beloften sprake van een hoofdpijnverwekkend decibelniveau. Juist omdat de gebruikelijke galm en de fysieke luchtdruk van de bastonen grotendeels achterwege bleven, was het vooral in het midden van de zaal beslist niet veilig zonder oordoppen.

De Amerikaanse Deftones, die met hun recente cd White Pony een net iets melodieuzere richting zijn ingeslagen dan vergelijkbare alternative metal-groepen als Korn en Limp Bizkit, bleven door de onevenwichtige geluidsbalans steken in eenvormig gitaarlawaai waarboven schreeuwzanger Chino Moreno zich nauwelijks verstaanbaar kon maken. Er werd fanatiek op en neer gesprongen bij harde en bekende nummers als My own summer en Street carp, maar tussendoor had de groep uit Sacramento de grootste moeite om de sfeer vast te houden. De fantastische demping van muren en balkons blijkt bij harde rockmuziek als deze geen onverdeeld genoegen, te meer omdat het leek alsof het geluid juist harder moest om hetzelfde effect als in een ouderwets galmende zaal te bereiken. Voor de brave hifi-stereoklanken van Texas en Mark Knopfler, binnenkort in dit theater, lijkt de klinische Music Hall op het eerste gehoor beter geschikt.

Concert: The Deftones. Gehoord: 19/3 Music Hall, Amsterdam.