Naslagwerken

Marie-José Klaver schrijft in de krant van 12 maart, dat in Nederland een gratis encyclopedie niet meer bijzonder is. In dit artikel wordt (weer eens) het voorbeeld van de gratis Brittanica aangehaald, waarbij wordt gesuggereerd dat zoiets de toekomst van het naslagwezen zou zijn, terwijl alles er op wijst dat het (zakelijke) pad dat gekozen is doodloopt. De Brittanica heeft (terecht) een goede naam, maar heeft gezien het marktaandeel (kleiner dan 10%) in Nederland overigens geen echte betekenis.

Het Open-source-initiatief dat verder in het artikel wordt besproken lijkt mij geen serieus te nemen alternatief. Hoe gaat het met de initiatieven om op het internet bijvoorbeeld een krant te publiceren? Waarom zou dit initiatief van een gratis encyclopedie dan wel lukken? Vrijwilligers? Dat komt niet van de grond. De 300 artikelen die worden genoemd kunnen toch ook niet worden vergeleken met de 60.000 die in de Grote Winkler Prins staan. Van Linux voor de gewone consument hoor je toch ook niets meer? Ik vind dat niet verwonderlijk.

Naslagwerken (en kranten) worden (gelukkig) nog steeds met veel vakmanschap en overtuiging gemaakt door redacties die daarin gespecialiseerd zijn en worden gewoon uitgegeven en verkocht. Een droomwereld die internet heet bestaat niet.