Macedoniërs èn Albanezen zijn onderling verdeeld

De Macedonische politiek wordt gekenmerkt door diepe polarisatie. Het geldt voor de Slavische Macedoniërs, maar ook voor de partijen van de Albanese minderheid.

Daar stond de president, voor de ingang van het parlement. Wanhopig bracht hij de megafoon naar zijn mond. Tetovo is en blijft een Macedonische stad, schreeuwde hij. ,,Jullie moeten terugkeren naar de stad en met de Albanezen samenleven.''

De Macedonische vluchtelingen uit Tetovo die zich voor het parlement hadden verzameld, dachten er anders over. Ze zetten de vingers aan de lippen en floten fel. ,,Geef ons wapens'', schreeuwden ze. Ze wilden desnoods zelf doen wat de Macedonische regering in hun ogen naliet: met een geweer de heuvel even buiten Tetovo oprennen en de Albanese rebellen een lesje leren.

De demonstratie, afgelopen weekeinde, was het eerste protest in weken tegen de regering. Een groeiend aantal Macedoniërs vindt dat de regering te slap optreedt tegen de extremisten. ,,Waar wachten ze nog op? Bombardeer die heuvel'', zegt een Macedonische kennis.

Dat kan president Boris Trajkovski niet – althans, nog niet. Een bombardement zou de toorn oproepen van de Democratische Partij van Albanezen (PDSh) met wie Trajkovski een onofficieel verbond heeft gesloten. Dat verbond dateert van enkele jaren geleden. Bij de presidentsverkiezingen van 1999 bleef Boris Trajkovski in de tweede ronde over met Tito Petkovski. Trajkovski won, maar alleen doordat de PDSh de Macedonische Albanezen opriep op hem te stemmen. Die Albanese steun was een beloning voor het feit dat Trajkovski's partij, de VMRO, de PDSh in de regering had uitgenodigd. Daar bezetten de Albanezen vijf ministersposten.

De ex-communistische, sociaal-democratische oppositiepartij SDSM heeft, na het verlies van haar kandidaat Petkovski, in Macedonië onverdroten de etnische kaart gespeeld. Bij de tumultueus verlopen lokale verkiezingen in het najaar hamerde zij constant op de leugenachtigheid van de Albanese minderheid en op de superioriteit van de Slavische Macedoniërs. De vader des vaderlands, ex-president Kiro Gligorov, die het land zonder kleerscheuren in 1991 naar de onafhankelijkheid leidde, deed daar de afgelopen dagen nog een schepje bovenop. De ,,verrotte allianties'' met de Albanezen hadden alleen gediend om ,,iemand aan de macht te houden''. Hij vergat dat de SDSM ooit ook een alliantie was aangegaan met de Albanezen.

Alle retoriek kan niet verhullen dat de huidige regeringscoalitie een wankele basis heeft. Al voor het huidige conflict stapte een van de coalitiepartijen, Democratisch Alternatief, uit de regering wegens de geringe vooruitgang op met name economisch gebied. De liberalen namen de plaats in van DA. Kort daarop werd de regering getroffen door een omvangrijk afluisterschandaal. In de loop der jaren zou ze honderden politici, ambtenaren en journalisten hebben laten afluisteren. Het geweld heeft het afluisterschandaal naar de achtergrond verdreven, maar het blijft een lijk in de kast van de coalitie.

Een andere omstreden stap was de ondertekening van een grensakkoord met Joegoslavië, vorige maand. Dat akkoord betrof mede de grens tussen Macedonië en Kosovo, dat officieel nog altijd deel uitmaakt van Joegoslavië. De overeenkomst vormde de druppel die de Albanese emmer deed overlopen – naar eigen zeggen ook voor de rebellen.

,,Dat had de regering niet moeten doen'', zegt vice-voorzitter Xhemal Misliu van de Partij voor Democratie en Welvaart (PDP), de Albanese partij die na haar vrijage met de ex-communisten in de oppositie belandde. Hij slurpt aan zijn glaasje Turkse thee in een Albanese buitenwijk van Skopje. ,,Joegoslavië kan niet beslissen voor Kosovo. Het heeft er niets meer te zeggen. Macedonië had met de Albanese leiders uit Kosovo of desnoods met het internationale bestuur moeten onderhandelen.'' Het was, meent hij, de zoveelste schoffering van het Albanese volk in het algemeen.

De Albanese partijen in Macedonië schofferen elkaar overigens ook. Trokken ze in het begin van het gewapende conflict gezamenlijk op, de laatste dagen benadrukken ze hun meningsverschillen. Albanese politici radicaliseren, ook de gematigde Arben Xhaferi van de mee-regerende PDSh, onder druk van de Albanese bevolking in het land. Die radicalisering gaat gepaard met het zwartmaken van collega's. Zo worden Xhaferi c.s. voor `zakkenvullers' uitgemaakt en voor `machtshongerige politici' die `hun beloften niet nakomen' en alleen `lippendienst' bewijzen aan de grieven van de Albanese minderheid. Ze zouden zich bovendien hebben laten ringeloren door de Macedonische krachten in de regering.

Een inderhaast opgerichte nieuwe Albanese partij, de Nationale Democratische Partij, stookt het vuur verder op. Deze nieuwe partij zegt geen contacten te hebben met de extremisten, maar hun eisen komen exact overeen met de eisen van de rebellen.

De Macedonische demonstranten voor het parlement zien in de nieuwe partij hun vermoeden bevestigd dat de `terroristen' steeds meer voet aan de grond krijgen - niet alleen op de zwaar bestookte heuvel bij Tetovo maar ook politiek. ,,Geef ons wapens'', schreeuwen ze nog een keer. Dan pakken ze en passant de Albanese politici ook mee.