Kamer kritisch over brief Korthals

Minister Korthals (Justitie) ontkent dat het Nederlands Forensisch Instituut onrechtmatig DNA-onderzoek in strafzaken verricht. Dit schrijft hij de Kamer in een brief naar aanleiding van uitspraken van ambtenaren van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in het magazine M van deze krant.

GroenLinks, PvdA en D66 zeiden vanmorgen geen genoegen te nemen met de brief. Zij hadden de minister om opheldering gevraagd. Volgens Kamerlid Halsema (GroenLinks) ,,bewijst het antwoord van Korthals eens te meer dat er wél sprake van onrechtmatig handelen was''.

Personen die geen verdachte zijn, mogen volgens de wet niet tot het afgeven van DNA-materiaal worden gedwongen. Toch vertelden de DNA-onderzoekers in het bewuste artikel hoe aan een man die in een moordzaak geen verdachte was, door de politie een kopje koffie is aangeboden, om aan zijn DNA te komen. Dit DNA is op het NFI onderzocht. De DNA-specialisten zeiden dat onrechtmatig bewijs ,,vaker'' het NFI binnenkomt en dat ,,volop om mensen heen gerechercheerd'' wordt ,,die mogelijk als verdachte worden aangemerkt.'' Het artikel is door ambtenaren van het ministerie van Justitie geautoriseerd.

Korthals schrijft nu dat volgens het college van procureurs-generaal de man in de ,,koffiekopjes-zaak'' wel een verdachte was. Volgens de minister werd hij geobserveerd en is hij daarbij betrapt op een winkeldiefstal. Wegens die diefstal is de man naar het bureau gehaald, waarna hij ,,volgens de bij dat bureau gangbare bejegening'' koffie kreeg. Daarna gaf de rechter-commissaris het NFI opdracht een DNA-profiel uit het speeksel te maken, aldus Korthals.

,,Dat was onder valse voorwendselen'', zegt Halsema. ,,Dat DNA had volgens de huidige wet in het kader van een moordonderzoek afgenomen moeten worden.'' Ook Dittrich (D66) stelt dat te onduidelijk blijft voor welke zaak het DNA is verkregen. PvdA-er Swildens wil ,,precies weten wanneer deze man verdachte is geworden. De hantekening van de minister overtuigt mij niet.''