Het virtuoze bouwen van Richard Meier

Modellen benaderen volgens de Amerikaanse architect Richard Meier het dichtst zijn echte gebouwen. De overzichtstentoonstelling van zijn werk in het het Nederlands Architectuurinstituut (NAi) bestaat dan ook voornamelijk uit maquettes. Er hangen ook collages van Meier en foto's van zijn gebouwen, maar die fungeren als een toetje na de hoofdmaaltijd.

Het vreemde aan veel van de maquettes is dat ze niet wit zijn. Juist de stralende witheid maakt Meiers gebouwen herkenbaar. Een museum in de oude barrio gotico van Barcelona, een stadhuis in het centrum van Den Haag of een bibliotheek naast de donkere gotische kathedraal in het Duitse Ulm – bijna altijd zijn Meiers gebouwen wit. Slechts uitzonderlijk week Meier hiervan af, zoals bij het Getty Center in Los Angeles (1997), op uitdrukkelijk verzoek van de opdrachtgever niet een `all white building' maar beige.

De tentoonstelling, opgesteld door het Museum of Contemporary Art van Los Angeles, begint met een korte tekst – Meier is een architect van weinig woorden. Hierin wordt Le Corbusier geciteerd uit zijn boek Vers une architecture (1923): ,,Architectuur heeft niets te maken met stijl. Juist de abstractie doet een beroep op de verstandelijke vermogens.'' Hiermee verwoordde Le Corbusier, naast Alvar Aalto en J.J.P. Oud een van Meiers inspiratiebronnen, het onder architecten heersende verlangen naar stijlloosheid. Vooral modernisten als Le Corbusier pretendeerden dat hun zakelijke, op de machine geïnspireerde architectuur voorgoed een einde had gemaakt aan de strijd tussen de stijlen uit de negentiende eeuw. Hun ontwerpen hadden, naar eigen zeggen, eerder met wetenschap dan met esthetiek te maken.

Door het citeren van Le Corbusier wordt ook Meier op de expositie in de traditie van de stijlloosheid geplaatst. ,,Abstractie is eigen aan Meiers werk, zowel als aan zijn methode en geometrische plaatsanalyse als zijn formele taal'', staat er in de gebruikelijke hocus-pocus-architectuurtaal. Maar als de maquettes iets duidelijk maken, dan is het dat het neo-modernisme van Richard Meier net zo goed een stijl is als alle andere.

Meier begon zijn loopbaan in de jaren zestig als lid van New York Five, een groep van architecten waartoe ook Michael Graves en Peter Eisenman behoorden. De vijf New Yorkers grepen terug op het werk van Le Corbusier en andere modernisten uit de jaren twintig. Alleen al door veertig jaar na dato de draad van de vroege Le Corbusier weer op te pakken, lieten ze zien dat ook het modernisme bestond uit een aantal reproduceerbare stijlkenmerken, zoals het taboe op ornamenten, de overheersing van strenge geometrische vormen en uiteraard de witheid.

Natuurlijk was het werk van de New York Five meer dan een herhaling van het oude modernisme. Zoals de negentiende-eeuwse neo-renaissance zich in één oogopslag onderscheidt van de oorspronkelijke renaissance, zo is ook het neo-modernisme van de New York Five anders dan het werk van Le Corbusier. Zo heeft Meiers Smith House in Connecticut (1965) veel grotere glasvlakken dan welke villa van Le Corbusier uit de jaren twintig ook. Mede hierdoor heeft het Smith House een sterker verticaal karakter dan het horizontale modernisme van de jaren twintig.

Vier van de New York Five zijn in de loop der jaren andere stijlen gaan gebruiken. Peter Eisenman bekeerde zich eerst tot het deconstructivisme en is nu in de ban van de computerbarok. Het opzienbarendst was de ontwikkeling van Michael Graves: hij werd een uitbundige postmodernist die zelfs niet terugdeinst voor reuze-kabouters als kariatiden in een gebouw voor Disney. Alleen Meier bleef het neo-modernisme trouw. De expositie in het NAi is daarom verbluffend: Meier is de consistentste architect van na 1900. Terwijl zijn held Le Corbusier zelf al vrij gauw genoeg kreeg van het pure, witte modernisme, is Meier na een paar jeugdzonden met een bewonderenswaardige hardnekkigheid nooit afgeweken van zijn neo-modernisme.

Op de tentoonstelling is goed te zien waarom: hij heeft er meer dan genoeg aan. Op het eerste gezicht lijken al Meiers gebouwen eender en is het alsof hij, ongeacht de plek waar hij bouwt, altijd met dezelfde oplossing komt. Maar bij nader inzien blijkt hij een virtuoos architect, die ondanks de beperkingen van zijn stijl telkens weer weet te verrassen.

Soms kiest hij een eenvoudige oplossing zoals het reusachtige atrium van het Haagse stadhuis waar omheen alle ruimtes zijn gegroepeerd. Maar vaak zoekt hij het in complexe ruimtes die verspringen en in elkaar overvloeien en al even complexe gevels vol balkons, zonneschermen en zo nodig zelfs losstaande schijngevels. Het immense Getty Center, `dé opdracht van de 20ste eeuw' waarvan nu een indrukwekkende maquette van tien bij vijf meter in het NAi staat, is wat dit betreft het hoogtepunt. Hier zijn zes op zichzelf al ingewikkelde paviljoens aaneengesmeed tot een neo-modernistische versie van de Romeinse Villa Adriana in Tivoli. Maar zelfs hierin openbaart zich het wonder van Meiers werk: complexiteit gaat er altijd samen met een ongewone helderheid.

Tentoonstelling: Richard Meier Architect. T/m 15 april in het Nederlands Architectuurinstituut, Museumpark 25, Rotterdam. Geopend: di 10-21 u., wo t/m za 10-17uur, zon- en feestdagen 11-17 uur.