Europa eist duurzame visserij

De Europese Commissie zou vanmiddag een `Groenboek' presenteren over radicale hervorming van het visserijbeleid. Zij nodigt alle belanghebbenden uit te reageren. Eén ding staat vast: het roer moet echt om.

,,Ik ben echt bezorgd. Want we zijn niet in staat de duurzaamheid van de visserij te waarborgen: economisch, sociaal noch ecologisch.'' Europees Commissaris Franz Fischler (Landbouw en Visserij) heeft er geen moeite mee te erkennen dat het gemeenschappelijke visserijbeleid heeft gefaald. Neem de kabeljauwstand in de Noordzee: die bevatte volgens Fischler in de jaren zeventig 90 procent meer kabeljauw dan nu.

Volgens de Europese Commissie is er in de Europese visserij een overcapaciteit van 40 procent. Subsidies voor de bouw van vissersschepen droegen daaraan bij. Fischler spreekt van ,,een spiraal naar beneden'' die moet worden gestopt. ,,We zullen eindigen met een high-tech vloot en steeds minder visgelegenheden'', zegt de Oostenrijkse Eurocommissaris. De voortdurende technische verbeteringen ondermijnen de pogingen om de viscapaciteit in de Europese Unie terug te brengen. Al eerder werden in de EU meerjarige afspraken gemaakt over vermindering van de vloot.

De afspraken over de vlootcapaciteit in de Multi-Annual Guidance Programmes gaan volgens Fischler niet ver genoeg. Bovendien houden diverse lidstaten zich er niet aan. Tegen Nederland heeft de Europese Commissie zelfs een procedure aangespannen, al wordt nu geprobeerd er via overleg uit te komen.

Fischler is ervan overtuigd dat met de voorstellen in het vandaag gepresenteerde Groenboek – met als kern meerjarige visquota, decentraal beheer van visgronden met inschakeling van alle belanghebbenden, en gemeenschappelijke controle door groepen landen – een duurzame visserij kan worden gerealiseerd. Het nieuwe visserijbeleid moet per 2003 zijn beslag krijgen.

Gemeenschappelijke controles door groepen landen kunnen volgens Fischler het onderlinge wantrouwen, waardoor lidstaten en vissers zich aan afspraken onttrekken, voor een belangrijk deel wegnemen. ,,Als iedereen kan zien wat de ander doet, dan hebben we echt iets bereikt.'' De controles door wat Fischler aanduidt als `collectieve autoriteit', strekken zich uit over havens, visafslagen en visgronden. Ook belanghebbende derde landen kunnen bij de controle worden betrokken. Fischler wijst erop dat nu al afspraken zijn gemaakt met bijvoorbeeld Noorwegen (geen lid van de EU) over de tijdelijke sluiting van delen van de Noordzee voor de kabeljauwvangst.

Meerjarige afspraken op Europees niveau over visquota zullen volgens Fischler niet alleen de koehandel verminderen die nu ieder jaar in december tussen de EU-ministers ontstaat over visrechten. De vissers zullen ook beter in staat zijn hun bedrijfsvoering te plannen. Bovendien is dan een flexibeler aanpassing aan veranderende omstandigheden in ecosystemen mogelijk.

Belangrijk onderdeel van de meerjarige afspraken is de decentralisatie van een aantal beheersverantwoordelijkheden. Hierbij moeten naast overheden en vissers ook wetenschappers en milieu-organisaties een rol spelen. Op regionaal niveau wordt dan bepaald welke instrumenten worden gebruikt om de Europese doelstellingen over duurzame visserij te realiseren. Dat kan gaan om bijvoorbeeld maaswijdtes voor netten, zeevrije dagen voor delen van de vissersvloot (een door Nederland tot nu toe tevergeefs in Brussel bepleit beheersinstrument) en de vermindering van de vlootomvang. Fischler meent dat meer betrokkenheid van de vissers zelf bij het beheer hun ,,wantrouwen'' zal verminderen.

In het Groenboek wordt ook voorgesteld alle belanghebbenden via `regionale adviescomités' te betrekken bij de formulering van het gemeenschappelijke Europese visserijbeleid. ,,Dit is ook een uitdaging voor de wetenschappers. Zij moeten uit hun ivoren toren komen en antwoorden geven op vragen van vissers'', zegt Fischler. Eurocommissaris Fischler onderstreept dat ook een nieuw Europees visserijbeleid niet zonder sancties kan. ,,Met goede wil alleen werkt het niet.'' De Europese Commissie blijft toezichthouder. Fischler meent niet valt te ontkomen aan vermindering van de vlootcapaciteit. Duidelijk is volgens hem ook dat dit geld gaat kosten, meer dan de 1,1 miljard euro die nu jaarlijks in de Europese visserij wordt gepompt.

De Eurocommissaris denkt ook dat er geen alternatief is voor wat in Brussel de `relatieve stabiliteit' wordt genoemd: de oudste lidstaten in de EU (o.a. Nederland) vissen traditioneel meer in Europese wateren dan nieuwkomers als Spanje en Portugal. Vandaar ook dat Fischler opnieuw met Marokko onderhandelt over verlenging van visrechten in Marokkaanse wateren, waarvan Spaanse vissers profiteren.

Fischler zegt dat het Groenboek ,,echt een uitnodiging'' aan alle belanghebbenden is om mee te debatteren over een nieuw Europees visserijbeleid. Hij zegt niet pessimistisch te zijn over de haalbaarheid. ,,Ik heb het gevoel en de hoop dat vissers verantwoordelijke mensen zijn.''

Groenboek: www.nrc.nl