Een Fransman is universeel mens, en verder niks

Dat de nieuwe burgemeester van Parijs, Bertrand Delanoë, homoseksueel is, doet niet terzake. De eerste homoseksuele burgemeester van een wereldstad! Van Parijs! Het is een weetje van toeristische aard, folklore, een voetnoot in het Guinness Book Of Records. Het enige dat er toe doet, is of de burgemeester, behalve homo-, bi-, hetero- of anderzinsseksueel, ook een goede burgemeester is. Je ware emancipatie: slechts zijn daden worden beoordeeld.

Dit gezegd zijnde, kan worden vastgesteld, dat Delanoë's door eigen openbare biecht bekend geworden seksuele oriëntatie van het grootste belang is. Men hoeft alleen maar te bedenken, dat het twee, nee, één jaar geleden ondenkbaar was dat hij, een zogeheten coming-outé, burgemeester van Parijs zou kunnen worden. Zelfs tot op het moment dat hij het werd, afgelopen zondag, vertrouwden velen erop en vreesden anderen, dat zijn homoseksualiteit uiteindelijk een struikelblok zou blijken. Inclusief hijzelf.

Niet voor niets heeft het gegeven geen enkele, maar dan ook geen enkele rol gespeeld in zijn campagne.

Die opstelling zou ook in Nederland begrijpelijk zijn geweest en is dat al helemaal in een land waar twee jaar geleden nog geheel rechts – met uitzondering van uitgerekend Delanoë's rivaal Philippe Séguin – tegen de `Pacs' stemde, de Franse, overigens bescheidener variant van het Nederlandse geregistreerde partnerschap. In het nationale debat, voor Delanoë aanleiding tot zijn bekentenis, en vooral in de Assemblée was de homofobie niet van de lucht. Met rood aangelopen hoofden stelden geachte afgevaardigden dat homoseksuelen maar beter gesteriliseerd konden worden in plaats van gelijke rechten te krijgen. Ook linkse kamerleden gruwden van het wetsvoorstel, alleen al om electorale redenen, en waren pas na grote aandrang van premier Jospin bereid te stemmen en ervóór te stemmen.

Ook homo's zelf waren en zijn dubbelhartig. Ik ken er, met academische achtergrond en al, die zich nog steeds afvragen waarom ze dezelfde rechten als anderen zouden moeten krijgen. Frankrijk is een katholiek, Latijns land: het schuldbesef en de zelfhaat zijn groot en het don't ask, don't tell is een vanzelfsprekende, alledaagse werkelijkheid.

Maar schaamte is niet de enige reden voor besmuiktheid aangaande een histoire de cul als homoseksualiteit. Het privé-leven van Fransen is een onaantastbaar goed. Delanoë's rivalen hebben van zijn seksuele oriëntatie geen misbruik gemaakt, zomin als bij voorbeeld het anders niet voor tendentieuze berichtgeving terugdeinzende dagblad Le Figaro. De media hebben er in het algemeen nauwelijks gewag van gemaakt. Het is bijna zo gegaan als met Mazarine,de buitenechtelijke dochter van wijlen president François Mitterrand wier bestaan in brede kring bekend was, die ook nooit tegen hem gebruikt is.

Deze terughoudendheid behoort tot de republikeinse mores. Het schenden van de bescherming van het privé-leven wordt beschouwd als vulgair, of nog erger, als iets voor Amerikanen. Bovendien is etikettering een sociaal en juridisch taboe: Frankrijk telt miljoenen allochtonen, maar dat begrip bestaat niet. Hooguit immigré, is men in de eerste plaats Frans staatsburger, zonder onderscheid. Om dezelfde reden is communautarisme, gettovorming, van bij voorbeeld homoseksuelen, een schrikbeeld, ook al van Amerikaanse snit. Een Fransman is universeel mens, en verder niks.

En toch is het feit, dat de nieuwe burgemeester van Parijs openlijk homoseksueel is, van belang. Velen hebben hem om zijn moed geprezen, anderen schreven zijn openhartigheid slechts toe aan electorale leepheid. Het ene sluit het andere niet uit: het is te hopen dat hij moedig en slim is en niet laf en dom. Maar daar gaat het niet om. Veel belangrijker is dat het aantreden van een openlijk homoseksuele burgemeester symptomatisch is voor een veranderend Frankrijk. Het symboliseert een bijna uit principe behoudend land dat onder de regering van premier Lionel Jospin stukje bij beetje afstand neemt van decorum en gloire, van grootheidswaan en bureaucratische kilheid, van zijn eigen mythe kortom, ten behoeve van informaliteit, openheid en menselijkheid. Er blijkt plaats te zijn voor het afwijkende, zonder speciale angst dat dat afbreuk doet aan het beeld van de Republiek.

Dat is opmerkelijk en in die zin is Delanoë's verkiezing misschien wel een historisch moment te noemen. Homoseksuelen hoeven geen voorkeursbehandeling van hem te verwachten. Waarschijnlijk zal Delanoë zelfs zorgvuldig iedere schijn van betrokkenheid vermijden. Dat geeft niets. Dat hij gekozen is, is al bijzonder genoeg.