De politiek van de leukheid

We hebben in Polen een bewogen politiek jaar achter de rug. In de herfst hadden we de presidentsverkiezingen; komende herfst krijgen we parlementsverkiezingen. De uitkomst was in beide gevallen duidelijk nog voor de campagne was begonnen. De postcommunisten hebben namelijk zo'n enorme voorsprong op al hun concurrenten dat een stemming amper nodig lijkt.

De huidige politieke partijen en politici zijn zo bekend dat we bij de Poolse politiek van verveling in slaap vallen. Er is een rechts georiënteerde coalitie aan de macht (met wortels in `Solidariteit'), maar die is zo'n mislukking en de Vrijheidsunie in het midden is zo bekend en ondoelmatig, dat de mensen de postcommunisten eenvoudigweg steunen omdat ze vier jaar in de oppositie zijn geweest en zich misschien (heel misschien) anders zullen gedragen.

Maar opeens verandert er iets, en wel om totaal onverwachte redenen. Bij de presidentsverkiezingen deed als onafhankelijk kandidaat Andrzej Olechowski mee. Hij had geen steun van een partij en geen zak met geld, maar toch wist hij als tweede te eindigen met zeventien procent van de stemmen, meer dan de regeringspartij behaalde. Olechowski is een bekende in de Poolse politiek, want hij is oud-minister van Financiën en later van Buitenlandse Zaken. Hij is groot, knap en slim. In zijn jeugd was hij diskjockey en later werkte hij bij een aantal internationale financiële instellingen, waar hij spioneerde voor de communisten, iets wat hij openlijk toegeeft. Nu doet hij zich voor als iemand die financieel en geestelijk onafhankelijk is.

Mijn beide kinderen en het merendeel van de Poolse studenten hebben vooral op hem gestemd omdat hij wel leuk lijkt. Hij heeft geen bepaald programma of uitgesproken denkbeelden, maar hij praat op een duidelijke en redelijke manier (hij noemt zich liberaal-conservatief) die sterk verschilt van de mechanische partijtaal van de postcommunisten en de rechtse partijen.

Maar als we in de politiek iets leuks zoeken, moeten wij Polen wel bedenken dat de democratie in de kern vervelend hoort te zijn, en wel om een goede reden. Het hoofddoel van de democratie is veiligheid: de veiligheid van elke burger om zijn leven te leiden op de manier die hij verkiest. Maar het spreekt ook vanzelf dat democratische betrokkenheid steeds minder zinvol wordt naarmate ze afgezaagder en mechanischer lijkt. Niet voor niets was een van de verklaringen die ik vaak heb gehoord voor de politieke beroering in Frankrijk in mei 1968 dat de successen van het presidentschap van generaal De Gaulle het Franse volk de keel uithingen en dat het daarom voor de lol rond de Sorbonne de straat op ging.

Het ziet er dus naar uit dat democratie niet alleen politici persoonlijk voldoening moet verschaffen, maar ook het volk. De saaiheid mag daarom ook weer niet te lang duren, want dan gaan mensen twijfelen aan de democratie zelf.

Olechowski werd ondanks zijn succes na de verkiezingen totaal genegeerd door de Vrijheidsunie (waar hij dichtbij leek te staan) en het rechtse Solidariteit. Hij behoorde niet tot de politieke klasse, dus vroeg niemand zich af hoe hij van zijn succes kon profiteren. Samen met enkele kopstukken van Solidariteit en de Vrijheidsunie besloot hij daarom tot de oprichting van een beweging genaamd het Burgerplatform.

Alledrie de leiders van het Burgerplatform zijn knap en kwiek, intelligent en leuk. Ze hebben inmiddels haast twintig procent van de kiezers achter zich, terwijl de postcommunisten langzaamaan hun reusachtige voorsprong kwijtraken. (Voor het eerst in twee jaar staan die in de peilingen nu zelfs onder de veertig procent.) Voormalige politieke vrienden van de leiders van het Burgerplatform proberen hun afgunst te verbergen, maar dat lukt niet zo goed. Er is voorgoed iets veranderd.

De nieuwe beweging omarmt hetzelfde programma als Olechowski. Het is eenvoudig, duidelijk en dus aantrekkelijk, al proberen ze beslist om niet te zwichten voor populistische verleidingen. Zelfs voor cynici – zoals schrijver dezes – die vonden dat de Poolse politiek niets boeiends had, is het Burgerplatform leuk.

Na de jongste verkiezingen in de VS en Europa lijkt wel duidelijk dat de factor `leuk' overal belangrijker wordt. Het schijnt dat je een vrouw het beste kunt verleiden door haar aan het lachen te maken. Misschien geldt voor maatschappijen wel hetzelfde.

Het valt niet mee om in de politiek leuk te zijn en toch ook democratisch te blijven. Wie leuk wil zijn in de politiek moet in feite de burgers een gevoel van voldoening weten te schenken voor hun betrokkenheid bij de publieke zaak. Maar willen politici wel echt betrokkenheid bij mensen? Ik betwijfel het. Betrokken mensen hebben meestal hun eigen meningen en dat bemoeilijkt het regeren.

Maar als de democratische politiek geen genoegen is, gaan we die aan specialisten overlaten. `Genoegen' wordt hier opgevat zoals John Stuart Mill het opvatte. Volgens Mill was er een grote minderheid van mensen die hogere genoegens nastreefden en een van die genoegens was een actieve rol in de democratische politiek. De toekomst van de democratie zou dus weleens kunnen afhangen van de denkbeelden en de mensen die ons wellicht een hoger genoegen schenken en ons daarmee voldoening in ons burgerschap verschaffen. Of deze nieuwe mensen deugen moet nog blijken, maar het wordt wel duidelijk dat het soort mensen dat nu op leidende posities belandt een heel ander type mensen is dan we tot nu toe kenden – niet alleen in Polen maar over de hele democratische wereld.

Marcin Krol is decaan van de faculteit geschiedenis van de universiteit van Warschau en uitgever van Res Publica Nowa.

©Project Syndicate