Argentijnse politiek vechtend naar afgrond

Terwijl Argentinië worstelt met koersdalingen en stijgende werkloosheidscijfers, bestrijden 's land politieke kopstukken elkaar op leven en dood.

Het was oud-president Carlos Saúl Menem die begin maart opmerkte dat de crisis in Argentinië niet draait om personen maar om `regeerbaarheid'. De ontwikkelingen hebben hem sindsdien gelijk gegeven.

De leider van de peronistische Partido Justicalista sprak na het plotselinge aftreden, op 2 maart, van de toenmalige minister van Economische Zaken José Luis Machinea. Die was er niet in geslaagd de kansen te keren van de zwaar door een recessie getroffen economie. Argentijnse kranten speculeerden dat Machinea bovendien handelde uit gekrenkte trots omdat de Argentijnse president Fernando de la Rúa besprekingen had gevoerd met de supereconoom Domingo Cavallo. Deze geldt als de architect van de economische wederopstanding van Argentinië in 1991, toen Menem nog president was, door de waarde van de Argentijnse peso te koppelen aan die van de Amerikaanse dollar. Het wondermiddel van deze zogeheten currency board bracht de hyperinflatie tot stilstand en het land economisch weer op de been. Voor een jaar of vijf althans. Sinds 1998 kampt Argentinië weer met economische krimp, hoge werkloosheidscijfers en een staatsschuld van 123,7 miljard dollar.

En het geheime wapen dat De la Rúa dit weekeinde, na weken van verwachtingvolle speculaties in Buenos Aires, van stal haalde heet Domingo Cavallo. De man die de zogenoemde Convertabiliteitswet componeerde, waarmee de peso aan de dollar werd gekoppeld, deze lieveling van de investeerders in Wall Street, was de enige die het noodlot kan afwenden. Maar Cavallo is ook het tweede wondermiddel dat De la Rúa inzet binnen twee weken. Tot gisteravond gold namelijk de brandnieuwe minister van Economische Zaken Ricardo López Murphy, ooit consultant voor het IMF en tot twee weken geleden minister van Defensie, als de redder van de economie. Murphy presenteerde vrijdagavond zijn uitbundige snoeiplannen ter waarde van ruim 4 miljard dollar in twee jaar, die vooral ten koste gaan van het openbaar onderwijs. Als reactie regende het ministerskoppen: ministers en andere hoge functionarissen (die overigens vaak pas net waren benieuwd bij de vorige kabinetsherschikking op 4 maart) van coalitiepartij Frente País Solidario (Frepaso) stapten en bloc op. Maar ook twee ministers van De la Rúa's eigen Unión Civíca Radical (UCR) trokken hun conclusies.

De la Rúa, in een vorig leven burgemeester van Buenos Aires, deed zondag een dramatische oproep aan alle politieke partijen om in het licht van de ernstigste economische en politieke crisis in Argentinië sinds zijn aantreden in 1999 een regering van nationale eenheid te vormen. Ook zou het Congres hem speciale `super'-bevoegdheden moeten geven om per decreet met voorbijgaan aan het parlement de noodzakelijke maatregelen te nemen om de economie uit het slop te halen. Het was een oproep die eigenlijk alleen positief werd beantwoord door Cavallo, zelf aanvoerder van de conservatieve splinterpartij Acción por la República.

Ondertussen stond het land sinds vrijdagavond op stelten. Studenten hielden protestdemonstraties en bezetten de staatsuniversiteiten, onderwijsbonden en hoogleraren kondigden nationale stakingen aan. De gouverneur van Buenos Aires, de peronistische oud-vice-president Carlos Federico Ruckauf, zei te streven naar een ,,dramatische omslag''. En hij is niet de enige, die zulke voor het investeringsklimaat ongezonde mededelingen deed.

Gistermiddag nog presenteerde een zo langzamerhand wanhopige De la Rúa tijdens een conferentie in de Chileense hoofdstad Santiago zijn oplossingen voor de crisis aan een zaal vol internationale investeerders en bankiers uit Wall Street. Cavallo zou, zo ging het gerucht, kabinetchef worden, op de president na de meest invloedrijke functionaris in het Argentijnse staatsbestel.

Afgelopen nacht echter zette de politieke tombola weer in volle vaart door. Murphy verscheen op televisie om zijn aftreden bekend te maken, nadat was gebleken dat zijn herstelplannen te weinig steun hadden gekregen. Dat was licht uitgedrukt: het was de uitkomst van koortsachtige onderhandelingen tussen De la Rúa, Cavallo en de vertegenwoordigers van Frepaso. De laatste partij is broodnodig voor de door De la Rúa gewenste regering van nationale eenheid, die het vertrouwen van internationale investeerders in de `regeerbaarheid' van Argentinië moet terugbrengen. Frepaso eiste en kreeg de kop van Murphy.

Maar de partij wilde meer: leider Carlos Alvarez, die het afgelopen najaar aftrad als vice-president uit protest tegen een omkopingsschandaal in de Senaat, moest kabinetschef worden. Cavallo kon minister van Economische Zaken worden. Dat laatste zou ook de wens zijn van De la Rúa's eigen partij, die óók een eigen mannetje voorstelde op de cruciale post van kabinetschef: Chrystian Colombo. Het voorlopig resultaat van alle politieke turbulentie is in ieder geval dat het land in een economisch coma is geraakt. En de kans dat De la Rúa een regering van nationale eenheid kan formeren die hieraan een einde maakt, lijkt geringer dan ooit.