Afscheid van aio's

De Universiteit van Amsterdam (UvA) vervangt de assistent-in opleiding (aio) komend studiejaar voor de junior onderzoeker. Deze zal een hoger salaris krijgen. Ook wordt de begeleiding intensiever en korter, hooguit drie jaar.

De UvA hoopt met deze hervorming van het promotietraject de instroom van wetenschappelijk talent te bevorderen. ,,De invoering van de bachelor/masterstructuur vraagt om een optimaal rendement van onze opleidingen'', aldus vice-voorzitter G. van den Bergh van het College van Bestuur.

Nu zijn de promovendi aan de UvA onderverdeeld in aio's en zogenoemde bursalen, beurspromovendi. Aio's verdienen nu in hun eerste jaar zo'n 3.000 gulden bruto, na vier jaar is dat 4.280 gulden. Bursalen verdienen zelfs minder.

Voorzitter M. Meijer van het landelijk aio-overleg (Laio) is gematigd positief over de maatregel. Meijer: ,,Het is goed dat er iets gedaan wordt aan de onderbetaling van aio's. Wel is er nog onduidelijkheid over de mensen die nu bezig zijn te promoveren. Ik zou het oneerlijk vinden als zij buiten de regeling zouden vallen.''

Ook over de verkorte duur van het promotietraject is Meijer kritisch gestemd. ,,Nu haalt slechts 22 procent van de eerstejaars zijn promotie in vijf jaar. Drie jaar is wel heel erg kort.''

De stap van de UvA is niet uniek. In 1998 verruilde ook de TU Delft het aio-systeem voor een stelsel met beurspromovendi.