Waterpoloërs bewijzen zichzelf dienst

Dankzij de tweede plaats in het EK-kwalificatietoernooi behield de Nederlandse waterpoloploeg de aan- sluiting met de wereldtop.

Niks uitbundig vlagvertoon. Het water uit en over tot de orde van de dag. Realisme is, anders dan voorheen, dezer dagen de leidraad van de Nederlandse waterpoloërs, ook al sluimert er weer een sprankje hoop voor de ploeg die de laatste jaren steevast werd afgeschilderd als het zwarte schaap van de Nederlandse sportfamilie.

In Eindhoven bewijzen de waterpoloërs zichzelf een goede dienst. Dankzij de tweede plaats in het EK-kwalificatietoernooi, afgelopen drie dagen in zwembad De Tongelreep, behoudt de nationale ploeg de aansluiting met de wereldtop, te beginnen met het EK over drie maanden in Hongarije. ,,Als we hier derde of vierde waren geworden, waren we jarenlang uitgesloten van topwaterpolo'', beseft doelman Arie van de Bunt.

En had NOC*NSF de breedgeschouderde mannen vermoedelijk voorgoed aan hun lot overgelaten. Ook dat doemscenario is afgewend. Dat is opmerkelijk, want vers zijn nog altijd de herinneringen aan het geldverslindende Atlanta-project (één miljoen gulden voor een tiende plaats). Bovendien kan bondscoach Johan Aantjes, ondanks de tweede plaats in Eindhoven, nog altijd geen overtuigend rapport overleggen. In Sydney dobberden de waterpoloërs anoniem rond, getuige de elfde plaats in eindrangschikking. ,,We deden mee, meer niet'', in de woorden van Aantjes.

Desondanks stak NOC*NSF de ploeg onlangs een hart onder de riem. Concrete, financiële toezeggingen – van de zwembond moeten de poloërs het niet hebben – ontbreken vooralsnog, maar dat, zo weet Aantjes, lijkt een kwestie van tijd. ,,Op basis van de gesprekken die we hebben gevoerd, ben ik hoopvol gestemd dat we binnenkort een stap voorwaarts kunnen maken. NOC*NSF beseft dat wij over een groep beschikken die potentie heeft.''

Hoe anders was dat ruim een jaar geleden. Na het teleurstellende EK in Florence (twaalfde en laatste) stelde de zwembond een drastische koerswijziging voor: de huidige lichting moest, hun verdiensten ten spijt, plaatsmaken voor de jeugd, met het oog op de Olympische Spelen van 2008. Stilzwijgend steunde NOC*NSF het revolutionaire plan.

Het voorstel veroorzaakte een storm van kritiek. Met name Aantjes was woedend over de eendimensionale aanpak. ,,Het moet een én-én-verhaal zijn, geen of-of'', legt de oud-international in Eindhoven nog maar eens uit. ,,Het is een samenspel van alle partijen: van de clubs, van de spelers, van de bond en van NOC*NSF. Het kan niet zo zijn dat NOC optreedt als sponsor van de nationale ploeg en de rest niets doet.''

Al jarenlang voert Nederland, het land met ironisch genoeg de grootste waterpolocompetitie ter wereld, een verbeten strijd. Terwijl andere landen het professionalisme tien jaar geleden omarmden, worstelen clubs met een structureel gebrek aan geld. En in het verlengde daarvan: een tekort aan badwater, waardoor de internationals ,,op uren moeten trainen dat de gemiddelde Nederlander gaat slapen'', weet Aantjes.

Dat geldt niet voor de vijf professionals die Aantjes tot zijn beschikking heeft: Matthijs de Bruijn, Marco Scheffer, Eelco Uri, Gerben Silvis (allen werkzaam bij Nice) en Harry van der Meer (Bogliasco). Hun ervaring blijkt in Eindhoven van doorslaggevend belang. Een dag na de cruciale overwinning op Oekraïne (9-5) mag de ploeg zich uitleven tegen `waterpolodwerg' Denemarken: 25-1. Zelfs doelman Van de Bunt scoort.

Op de slotdag volgt een opponent met beduidend meer allure: Rusland, winnaar van olympisch zilver in Sydney. Omdat beide ploegen al verzekerd zijn van EK-deelname, heeft het duel weinig om het lijf. Toch slaakt Aantjes een zucht van verlichting als blijkt dat de nederlaag binnen de perken blijft: 5-7. ,,Ons basisniveau ligt hoger dan voorheen. Nog niet zo lang geleden verloren we deze wedstrijden met ruime cijfers.''

Hetzelfde argument zal binnenkort bij NOC*NSF ter tafel worden gebracht. Zelf zal Aantjens bij die gelegenheid aandringen op een fulltime-dienstverband. ,,Want dat is bittere noodzaak als we hogerop willen. Alleen: ik moet wel spelers tot mijn beschikking hebben, want anders hebben die veertig uur weinig zin.''