VERDI

De Amerikaan Thomas Hampson, de studieuze breed-georiënteerde intellectueel onder de wereldberoemde zangers, viert het Verdi-jaar op eigen wijze met een aria-plaat, waarmee hij zich nadrukkelijk onderscheidt van alle `gewone' operazangers. Vooral de tenoren onder hen willen zich uiteraard laten horen in de grote aria's van de rijpe Verdi. De zoveel chiquere bariton Hampson zingt vooral de jonge Verdi (1844-1855), onstuimig, gekweld, benard, bezonken en altijd imponerend en meeslepend.

Hampson zingt slechts twee echt beroemde nummers: Di Provenza uit La traviata en Il balen di suo sorisso uit Il trovatore, maar in de Parijse versie: Son regard uit Le trovère. Frans is uiteraard ook Au sein de la puissance uit Les vêpres siciliennes, de originele versie van I vespri Siciliani. Verder klinken nummers uit Il corsaro, I masnadieri, Stiffelio, Ernani, I due Foscari, Giovanna d'Arco en Macbeth.

De ook in zijn liedkunst door `authenticiteit' geobsedeerde Hampson wil met deze operaplaat duidelijk terugkeren naar een orginele belcanto-stijl. Soms klinkt hij daarin niet helemaal natuurlijk en vanzelfsprekend en vermoedt men een overmatig bestudeerde aandrang om met zijn fraai getimbreerde en flexibele stem bijna àlles anders te doen dan heden ten dage gebruikelijk. Als hij wat al te breed en langzaam gaat, hoort men een vibrato, dat overigens ruim binnen de perken blijft. Maar meestal epateert hij in zeer ruime mate of overrompelt hij gewoon, zoals in furieus voortvliegende stukken uit Il Corsaro, I masnadieri en in de finale van de derde acte van Macbeth. Opmerkelijk anders is dan weer het langzame en lyrische Lina, pensai che un angelo uit Stiffelio.

De operazang van de grote liedzanger wordt gerealiseerd in een intense, dramatische grote stijl met bewonderenswaardig veel nuances en detaillering in de expressie, zoals de bij een bariton zeldzame dolce-frases in het Di Provenza uit La traviata. Hampsons uitzonderlijke artistieke ambitie blijkt ook uit de orkestrale aandeel. Richard Armstrong dirigeert het Orchestra of the Age of Enlightenment in verfijnde begeleidingen, zoals in de inleiding bij I due Foscari, het door Hampson buitengewoon subtiel gezongen Oui, je fus bien coupable uit Les vêpres siciliennes en het altijd zeer dankbare en pathetische Di provenza.

Een geluidsfragment is te horen via www.nrc.nl/muziek

Thomas Hampson: Verdi EMI 557113 2