Sixties in persoon

Het is toepasselijk dat de dood van John Phillips, zondagochtend na een hartstilstand op 65-jarige leeftijd, pas vandaag aan de wereld kenbaar werd gemaakt. Per slot van rekening is Monday Monday een van de beroemdste liedjes die de zanger-componist van de jaren-zestiggroep The Mamas and the Papas schreef. En natuurlijk overleed Phillips in California, de staat die hij in liedjes als California Dreamin' en San Francisco onvergetelijk bezong.

John Phillips begon zijn muzikale carrière in New York, waar hij samen met zijn vrouw Michelle en Dennis Doherty speelde in de folkgroep The Journeymen. In 1965 verhuisden ze naar Californië, waar ze samen met `Mama' Cass Elliot The Mamas and the Papas vormden. Met toegankelijke zomerse liedjes, gedragen door aanstekelijke samenzang, sloegen ze tussen 1965 en 1968 een brug tussen de hitparade en de vaak meer experimenteel gerichte Westcoastmuziek. En met hun lange haar, hun bloemrijke kleding en hun exorbitante drugs-en drankgebruik werden ze de be-

lichaming van het flower-powergevoel.

Zijn grootste hit schreef Phillips voor Scott McKenzie, die met San Francisco (Be Sure To Wear Some Flowers In Your Hair) in de Summer of Love van 1967 over de hele wereld wekenlang nummer één in de hitparade stond. Nadat The Mamas and the Papas in 1968 uit elkaar waren gegaan, kwam Phillips vooral in het nieuws door drugsvergrijpen en mislukte comeback-elpees. Zijn dochter Chynna was in de jaren '90 succesrijker, met de groep Wilson Phillips die ze samen met de dochters van Beach Boy Brian Wilson had opgericht.

Behalve als voorman van The Mamas and the Papas schreef Phillips ook popgeschiedenis doordat hij in 1967 medeorganisator was van het popfestival in het Californische Monterey, dat onder andere de Amerikaanse doorbraak betekende voor Jimi Hendrix, Otis Redding en The Who. In de rock `n'rollhemel kan inmiddels de reünie van dit hoogtepunt van de jaren zestig beginnen: Hendrix, Redding, Keith Moon, Cass Elliot en Janis Joplin gingen John Phillips voor.