PvdA-congres

CONGRESSEN VAN de Partij van de Arbeid hebben nog altijd plaats in de schaduw van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw. Het waren de jaren dat de radicale achterban van de PvdA de eigen Haagse politici met vergaande standpunten probeerde bij te sturen. Uit die tijd stamt de nerveuze spanning die er ook nu nog steeds rond PvdA-congressen hangt. Maar al jarenlang blijkt dat als het congres is beëindigd die spanning volkomen ten onrechte is geweest. De realiteit is dat het PvdA-congres al sinds het eind van de jaren tachtig, toen de sociaal-democraten weer tot de regering toetraden, een uiterst loyale opstelling ten aanzien van de partijgenoot-bestuurders toont. Het afgelopen vrijdag en zaterdag gehouden congres van de PvdA vormde hierop geen uitzondering.

Twee politiek gevoelige zaken stonden ter discussie: het dispuut in de coalitie over de uitgaven voor volgend jaar, oftewel de Zalmnorm, en de voorwaarden waaronder een eventueel huwelijk van kroonprins Willem-Alexander zich dient te voltrekken. Beide kwesties zijn afgelopen zaterdag dusdanig geplooid dat de PvdA-bewindslieden en de Tweede-Kamerfractie van de partij alle ruimte hebben naar bevind van zaken te handelen. Over de wens voor extra uitgaven nam het congres een ruim te interpreteren motie aan waarin het woord Zalmnorm niet voorkwam. In het vraagstuk rondom het koninklijk huwelijk legde het congres zich in overgrote meerderheid neer bij de wens van minister-president en PvdA-leider Kok hem het vertrouwen te geven dat hij een goede oplossing zal weten te bereiken.

BIJ HET APAISEREN van het congres speelde Tweede-Kamerfractievoorzitter Melkert een cruciale rol. Achter de schermen wist hij te bereiken dat er een ongevaarlijke motie over de begrotingsperikelen werd opgesteld. In een bewogen toespraak zette hij vervolgens de toon voor een kalme discussie over het eventuele huwelijk van de kroonprins met de dochter van een omstreden vader. De staande ovatie die de fractievoorzitter voor zijn ook op andere onderdelen knappe toespraak kreeg, maakte duidelijk dat het PvdA-congres volledig achter de keuze van Kok staat om Melkert als zijn toekomstig opvolger te beschouwen.

Recalcitranter stelde de PvdA-achterban zich op tegenover de eigen vereniging. Tegen de zin in van de partijtop koos het congres de Leidse politicoloog Koole tot voorzitter. Vooral de wijze waarop de partijtop en het `onafhankelijke' congrespresidium in de laatste fase van de verkiezing door middel van procedurele argumenten de eigen kandidaat Dijksma nog voor het voorzitterschap probeerde te redden, toont aan dat de PvdA intern als organisatie nog behoorlijk ziek is. Hier ligt dan ook een belangrijke taak voor de nu gekozen voorzitter.

Als het gaat om de vraag hoe de PvdA als ledenorganisatie weer kan worden gerevitaliseerd, is Koole de meest aangewezen figuur. Vanuit zijn wetenschappelijke achtergrond heeft hij de teloorgang van de politieke partij als vereniging uitvoerig geanalyseerd. In zijn optiek hebben ook partijen met relatief kleine actieve ledenbestanden een functie, mits zij maar een duidelijk profiel hebben. Aan dat profiel kan de nieuwe voorzitter nu onmiddellijk gaan werken. Want dat nog een lange en moeizame weg te gaan is, heeft het PvdA-congres van het afgelopen weekeinde eveneens bewezen. De partij bleek niet in staat zich vast te leggen op een nieuw beginselprogramma. Zeker voor een sociaal-democratische partij is dat een regelrecht bewijs van armoede.