OR kan vakbond niet vervangen

Onder de titel `Bonden miskennen rol van OR' (NRC Handelsblad, 6 maart) houdt mr. J.A. van Gijzen een pleidooi voor meer bevoegdheden bij de Ondernemingsraad op het punt van primaire arbeidsvoorwaarden. De moderne werknemer wenst maatwerk – aldus Van Gijzen – reden waarom CAO's uit de tijd zijn en ondernemingsraden de primaire arbeidsvoorwaarden moeten kunnen regelen. De bonden houden in zijn visie krampachtig vast aan hun positie, die niet meer van deze tijd is, en duistere machten in dit land weerhouden de wetgever ervan de ondernemingsraden bedoelde bevoegdheden toe te kennen. De vraag is vervolgens of dit nu een reële weergave van de feiten is.

De moderne werknemer wenst wel degelijk dat een aantal zaken behoorlijk geregeld is, naast een toenemende behoefte aan een repertoire van vrije keuzemogelijkheden. Tevens dient de samenleving in zekere mate in bescherming genomen te worden tegen de gevolgen van onverantwoord genomen vrije keuzes. Het duidelijkste voorbeeld daarvan is de ziektekostenverzekering. Mensen die ervoor kiezen zich niet te verzekeren, kunnen daar later gemakkelijk spijt van krijgen, en vervolgens een beroep doen op de medemenselijkheid waar onze beschaving prat op gaat.

Daarnaast hanteert Van Gijzen de karikatuur van de vakbond, die zich vastklampt aan posities uit het verleden, en het toegenomen belang van de Ondernemingsraad negeert. De spelverdeling tussen OR en vakbond is een zaak die in de vakbeweging veel aandacht krijgt. Het is een terrein waar voortdurend initiatieven genomen worden. Om aan een enkele situatie, waarin OR en bonden als concurrenten optreden, de conclusie te verbinden dat het als het ware om tegengestelde ideologieën gaat, is tendentieus en overdreven.

Bij het regelen van de primaire arbeidsvoorwaarden gaat het niet uitsluitend om het ondernemingsbelang. Deze activiteiten hebben talloze raakvlakken met de sociale zekerheid en maatschappelijke processen, gemakshalve tegenwoordig vaak samengevat als het `poldermodel'.

Een tweede probleem is dat de OR onvoldoende onafhankelijkheid heeft ten opzichte van de bedrijfsleiding, en over onvoldoende kennis van zaken beschikt om tot een goed resultaat te komen. Het streven is weliswaar erop gericht hierin verbetering te brengen, maar er zijn vele situaties waar dit altijd een probleem zal blijven.

Voor de vakbeweging is een `driepartijenmodel' zoals Van Gijzen bepleit wel degelijk een interessante oplossing, maar dan wel met duidelijk omschreven verschillende verantwoordelijkheden en waarborgen tegen misbruik. Dit betekent tevens dat het punt van de financiering van vakbondsactiviteiten weer op tafel komt, omdat het in toenemende mate onverkoopbaar wordt activiteiten ten bate van allen te laten betalen door de groep die voor het lidmaatschap kiest. Hoe Van Gijzen erbij komt dat de vakbeweging `exclusieve rechten opeist' blijft in het artikel volstrekt duister. Diabolisering van de vakbeweging is helaas een soort modeverschijnsel geworden, maar draagt niet bij tot een zinnige discussie.

Walter Dresscher is vice-voorzitter van de Algemene Onderwijsbond.