Militaire oplossing niet mogelijk in Tetovo

Waar gaat het om in de strijd in Macedonië? Hoe sterk zijn de partijen die in Tetovo vechten? Een politieke oplossing wordt elke dag moeilijker: beide partijen radicaliseren.

Stank voor dank, zeggen de Macedoniërs, dat krijgen ze van de Albanezen. Want hebben de Macedoniërs niet twee jaar geleden, tijdens de Kosovo-oorlog, honderdduizenden Albanese vluchtelingen uit Kosovo opgevangen? Hebben ze hun niet onderdak, kleren en eten gegeven?

De Albanezen hebben andere herinneringen aan de Macedonische gastvrijheid. Zij herinneren zich de Macedonische grensovergangen. Die bleven in eerste instantie gesloten voor de Kosovaarse vluchtelingen. Zij denken aan de kampen nabij Skopje, aan het prikkeldraad op de hekken. In tegenstelling tot de vluchtelingen in Albanië mochten zij de kampen niet verlaten. Wat nou, gastvrijheid.

Zes dagen duren de gevechten tussen Albanese rebellen en Macedonische troepen even buiten Tetovo. Intussen vliegen de beschuldigingen over en weer. De discussie ruikt steeds minder fris. En de onvrede onder de bevolking, Macedoniërs en Albanezen, groeit.

Macedonië telt twee miljoen inwoners. Een kwart van de bevolking bestaat volgens de Macedonische autoriteiten uit Albanezen. De Albanezen zelf menen een derde deel van de bevolking uit te maken - en zelfs meer. De Macedoniërs zouden hun aantal met opzet laag houden om niet tegemoet te hoeven komen aan hun eisen.

Die eisen komen - niet toevallig - overeen met de eisen van de Albanese rebelle: Albanezen en Macedoniërs moeten gelijk worden gesteld in de grondwet; officiële documenten moeten mede in het Albanees worden opgesteld; parlementariërs moeten Albanees kunnen spreken, Albanezen moeten meer banen krijgen in het openbaar bestuur; en, niet op de laatste plaats, Albanezen moeten een door de staat gefinancierde, Albaneestalige universiteit krijgen.

De regering is aan een deel van deze eisen tegemoet gekomen. Het aantal Albanezen in de publieke sector groeit, een Albaneestalige privé-universiteit opent binnenkort haar deuren. Maar het gaat veel Albanezen niet snel en niet ver genoeg.

De eisen van de rebellen lijken op het eerste gezicht gematigd, maar de Macedonische regering vermoedt dat er een andere waarheid achter schuilt. De rebellen zouden Macedonië willen opsplitsen in een Macedonisch en een Albanees deel. Het Albanese deel zou zich later kunnen aansluiten bij een onafhankelijk Kosovo.

Het aantal rebellen is moeilijk te schatten. De regering spreekt over ruim tweehonderd, zelf zeggen ze zesduizend man onder de wapenen te hebben. Ook over de herkomst van de rebellen verschillen de meningen. Volgens Skopje komt het gros van de extremisten uit het naburige Kosovo. Daar heeft de leider van de Albanese partij in de Macedonische regeringscoalitie, Arben Xhaferi, zich tegen verzet. Hij vindt dat de regering te veel met de vinger naar Kosovo wijst en te weinig de hand in eigen boezem steekt.

De rebellen, aldus Xhaferi, komen voor een groot deel uit Macedonië. Het zijn jonge mannen, ontevreden en werkloos. Enkelen hebben tijdens de oorlog om Kosovo aan de zijde van het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) gevochten.

Inmiddels zijn ook commandanten van het UÇPMB in de heuvels rond Tetovo gesignaleerd. Dit `Bevrijdingsleger voor Preševo, Medvedja en Bujanovac' is een Albanese splintergroep die opereert in het zuiden van Servië, niet ver van de Macedonische grens. De rebellen uit dit leger vechten voor aansluiting van Zuid-Servië bij Kosovo. Beide groepen voelen zich sterk met elkaar verwant. De rebellen in Macedonië krijgen hun wapens en andere voorraden deels via de Preševo-vallei. In een poging deze bevoorradingslijn af te snijden, gaf de NAVO vorige week toestemming aan het Joegoslavische leger om de gedemilitariseerde bufferzone tussen Kosovo en Servië in te trekken.

Maar in Macedonië zelf staat de NAVO vooralsnog met lege handen. Er zijn weliswaar 3.000 soldaten gelegerd in het land, maar die dienen als logistieke ondersteuning van de troepen in Kosovo en hebben geen mandaat in Macedonië. De NAVO heeft wel 37.000 soldaten in Kosovo, maar het bondgenootschap staat niet te trappelen om zich in het volgende wespennest op de Balkan te steken. Ingrijpen tegen de Albanese rebellen in Macedonië zou van KFOR in Kosovo direct een schietschijf maken.

Het Macedonische leger telt 10.000 man. De regering heeft dit weekeinde reservisten opgeroepen - maar heeft óók laten weten te weinig mannen en materieel te hebben om de rebellen te bestrijden. Bulgarije en Griekenland hebben hun (militaire) diensten aangeboden, maar dit aanbod wordt gewantrouwd. Van oudsher maken Bulgarije en Griekenland aanspraak op Macedonië.

Militair ingrijpen ligt om meer redenen niet voor de hand. Het bombarderen van de extremisten op de heuvel net buiten Tetovo, zou tot een felle afwijzing van de regerende Democratische Partij van Albanezen (PDSh) leiden. En een regeringscrisis kan Macedonië niet gebruiken - niet nu. Bovendien hebben de extremisten zich over het land verspreid. In de hoofdstad Skopje bijvoorbeeld, vreest men al dagen voor terreuraanslagen.

Naarmate het geweld toeneemt, wordt ook de kans op een diplomatieke oplossing van het conflict moeilijker. Het Westen moedigt de regering aan een politieke oplossing te zoeken. Maar beide partijen radicaliseren. Het volk mort, en elke dag luider.