KROKETJES VAN POLENTA

In Italië worden polentagerechten meestal als eerste gang van de maaltijd gegeten maar in enkele gevallen komt polenta als contorno op tafel – het bijgerecht dat bij vlees of gevogelte van de tweede gang wordt geserveerd. Wie eenmaal heeft gemerkt welk gemak polenta brengt als snelle vervanger van aardappels, die zal zich stellig laten bekoren door deze luchtige kroketjes van gekookt maïsmeel, die ruim van tevoren kunnen worden voorbereid en vlak voor gebruik nog even de pan in gaan. Bereiding: Breng 1/4 liter water samen met de melk aan de kook, strooi al roerend het maïsmeel erbij en kook de polenta gestaag roerend in circa 10 minuten op laag vuur gaar, of tot de massa gemakkelijk loskomt van de pan. Splits een ei, bewaar het eiwit voor later en roer van het vuur af de dooier door de polenta, samen met de boter en geraspte kaas. Breng de polenta hoog op smaak met zout en wat nootmuskaat. Schep de polenta over in een ovenschaal en vorm er een blok van circa 18 x 14 cm x 4 cm van (ongeacht of dit de schaal helemaal vult). Laat de polenta afkoelen en enkele uren (desnoods een dag) opstijven in de ijskast. Klop de eieren samen met het extra eiwit los in een ruime kom. Vul een diep bord met een laag griesmeel en vul een tweede bord met een laag paneermeel. Snijd de polenta in 12 rechthoekjes, rol ze voorzichtig tussen beide handen tot kroketjes, wentel ze door de griesmeel, dompel ze in het losgeklopte ei en rol ze tot slot door paneermeel. Laat de gepaneerde kroketjes even rusten (desnoods enkele uren) in de ijskast. Bak ze in twee porties in een royale hoeveelheid dampendhete olie rondom goudbruin in een ruime bakpan op halfhoog vuur. Laat de kroketjes uitlekken op vetvrij papier en houd ze warm in een lauwwarme oven. Serveer polentakroketjes bij ovengebraden vlees of bij gegrilde entrecote of eendenborst. Geef er wat fris aangemaakte waterkers bij.