Hollandse tulpenvelden

Het hindibegrip `jutha' is voor westerlingen even moeilijk uit te spreken als te begrijpen. Fonetisch is het `djoe-tha', maar als je de `h' niet duidelijk zegt, heb je het over een schoen.

Jutha betekent volgens het woordenboek: `door eten, drinken of anderszins ontwijd'. Dat begrijpt natuurlijk niemand. Toch is jutha een nationale obsessie. Het is zelfs de reden waarom alle films in dit land musicals zijn en waarom iedereen in India de Hollandse tulpenvelden kent, maar nu ga ik iets te hard.

Eigenlijk moeten we helemaal bij de Ayurvedische pathologie beginnen: volgens deze vierduizend jaar oude ziekteleer komen de meeste kwalen via de mond naar binnen. Wat in de vroegere Europese geneeskunst de aderlating was, is volgens het Indiase volksgeloof het overgeven. Ik heb een kennis die 's ochtends direct na het wakker worden twee liter water drinkt. Als hij dan tijdens het poetsen zijn tong schraapt, moet hij kotsen. Zeker een liter komt eruit en daarin bevinden zich volgens hem alle kwalijke kiemen die hij de vorige dag eventueel naar binnen kreeg.

Roken is in India niet zozeer ongezond, alswel onbeleefd. Ik ken mannen van mijn leeftijd die mogen drinken waar hun vader bij is, maar niet roken. En een Indiase stewardess vertelde dat ze blij was met het onlangs ingestelde rookverbod in vliegtuigen, omdat niets zo erg is als te moeten ademen in een ruimte waarin anderen rook hebben uitgeblazen. Die rook is namelijk in het binnenste van iemands lichaam geweest en je weet niet wat voor onreins zich daar bevindt.

Indiërs eten liever niet uit borden of met lepels. Alleen moderne stedelingen hebben zich deze westerse gewoonte eigen gemaakt; zodra je op het platteland komt krijg je je voedsel in een kunstig gevlochten kom van bladeren en moet je het nuttigen met de hand. De kom wordt na gebruik weggegooid. In Calcutta drinken ze zelfs thee uit bekertjes van gebakken klei. Bij theestalletjes is de grond terracottarood, vanwege de aardenbekertjes die worden weggekieperd en door voorbijgangers fijngestampt.

Mondhygiëne en een frisse adem zijn belangrijke aangelegenheden. Mensen met een onfrisse adem worden verdacht van ernstige ziekten en een van de grootste Indiase handelsfirma's is zo groot geworden door de verkoop van kleine zakjes mintkorrels, anijszaad en andere mondverfrissers. Na de maaltijd moeten Indiërs zo'n zakje hebben, anders voelen ze zich voor de rest van de dag oncomfortabel.

Veel toeristen verwonderen zich over het feit dat Indiërs een fles water op tien centimeter van hun lippen houden en het water rechtstreeks de maag in laten klokken. Het is een kunst, als je die niet beheerst, kun je je lelijk verslikken. En dan gaat het nog om een nieuwe plastic fles, gebruikte flessen vindt men weerzinwekkend.

Daarom hebben Indiërs moeite met cola en andere gazeuse-limonades. Het is niet raadzaam om cola zomaar in je keel te laten lopen en als het rietje niet was uitgevonden, zouden Indiërs geen coladrinkers zijn geworden.

Twee jaar geleden was er een Indiase film waarin de held een slokje cola nam door de fles aan zijn lippen te zetten. Hierna bood hij de heldin een slokje. Dat was zo sexy, dat iedereen ervan moest blozen.

Dit motief komt ook voor in de literatuur: in `Een wankel evenwicht' van Rohinton Mistry heeft een kledingverkoopster, die tot de hogere kaste behoort, aparte theekopjes voor haar twee kleermakers van lagere kaste. Als de vriendschap tussen haar en de mannen groeit, drinkt ze een keer opzettelijk uit het kopje van een van de kleermakers. Het is een van de roerendste passages uit de literatuur.

Ook in het openbare leven kom je dit vertoon van intimiteit tegen. Op de markt kun je regelmatig twee of drie vriendinnen uit dezelfde bladerenkom zien eten. Echtparen doen het ook en je weet absoluut zeker dat het om een echtpaar gaat, omdat deze daad bijna zo intiem is als de geslachtsgemeenschap.

Mannen bewijzen hun vriendschap door een sigaret te delen. Dat is pas kameraadschap: je neemt de filter die tussen de lippen van de ander is geweest tussen de jouwe en je blaast vervolgens de rook met al je ziektekiemen in zijn gezicht. De wederzijdse genegenheid kan niet beter worden bezegeld.

Het idee van jutha zal nu wel duidelijk zijn en het is allemaal vrij onschuldig, maar er zijn een paar lastige gevolgen. Indiërs kussen bijvoorbeeld liever niet. En dan heb ik het niet over de moderne, stedelijke Indiërs, maar over de meerderheid, de 800 miljoen. De tongzoen is zo misselijkmakend jutha, dat ze er niet aan moeten denken, laat staan dat ze het willen zien.

In films kan daarom niet worden gekust. Ook al omdat de meeste vrouwelijke sterren op huwbare leeftijd zijn. Als ze zomaar hun medespelers zouden kussen, kunnen ze de zalige staat van de echtelijke verbintenis wel vergeten.

Maar hoe dan de liefde te illustreren tussen held en heldin? Hier werd al een hele tijd geleden iets geniaals op gevonden: het filmlied. In plaats van de onreine monden op elkaar te zetten, zingen ze melodieuze woorden, waarmee meer kan worden gezegd dan zo'n natte zoen. Zes, zeven kussen worden vervangen door evenzoveel liedjes.

Ik durf de stelling te verdedigen dat alle filmmuziek – en dat is zowat de meeste populaire muziek die in India gemaakt wordt – een direct gevolg is van de vermijding van de kus, wat op zijn beurt is ingegeven door het idee van jutha.

De filmliederen zijn een steeds belangrijker deel geworden van de romantische liefdesverhalen, tegenwoordig wordt zelfs de helft van het totale filmbudget daaraan besteed. Het verhaal kan zich namelijk binnenskamers afspelen, maar voor het playbacken van de songs heb je bijzondere locaties nodig: weelderige landschappen, bergen, woestijnen, monumenten en tuinen. En toen de Indiase locaties allemaal aan de beurt waren geweest ging men naar het buitenland. Zo kwam men terecht in het Hollandse tulpenveld. Iedereen in India kent de omgeving van Lisse in de lente, omdat zoveel sterren daar achter elkaar renden om elkaar zingend de liefde te verklaren. Het is toch wonderlijk: dat zo'n klein land beroemd werd in de grote wereld, dankzij een merkwaardige opvatting van reinheid?

ramdas@nrc.nl