Het hek

Alleen een hek ging open. Meer niet. Sinds wanneer wordt er over een `zwarte dag' gerept als een hek open gaat? Zijn we alle gevoelens voor proportie, redelijkheid en logica verloren? Een hek ging in Eindhoven open terwijl in Macedonië de contouren van een burgeroorlog zich aftekenden. In Afghanistan eeuwenoude boeddhabeelden werden vernietigd. In Engeland boeren zich in hun lege stallen verhingen. Een hek ging in het Philips-stadion open terwijl PSV op het punt stond door Kaiserslautern te worden uitgeschakeld. Verder morsten wat opgewonden standjes wat van hun adrenaline op de rand van een grasmat. Geen speler, geen official, geen trainer werd geslagen. Geen bom werd op het veld gegooid. Niemand werd gedood of verplicht door een etnische hooligan de genitaliën van zijn vriend af te bijten. Een gesticulerende Belg was voldoende om de opgewonden standjes weer achter het hek terug te dringen. Trainer Erik Gerets werd door het journaille onmiddellijk op het schild gehesen. Hij had Mladic en Miloševic, dit keer met het UCK als bondgenoot, in zijn eentje verslagen.

De voetbalwereld is een autistische, zichzelf bedruipende microkosmos. Afgesneden van elk gevoel van proportionaliteit en geen besef hebbend van het grotere verband er om heen: de echte wereld. De paniek die ontstond in het kippenhok nadat een paar supporters door het hek als door een lint waren gegaan, is veelzeggend. In luttele jaren heeft deze sport zijn volksaard verloren om zich tot een modieus en uiterst goed renderend bedrijf te ontpoppen. Een segment van de markt waar duizelingwekkende bedragen te verdienen zijn. En waar om die bedragen te innen alle slagen zijn veroorloofd, van belastingontduiking tot omkoping en van het aanschaffen van valse paspoorten tot het verhandelen van mensen alsof het vee betreft.

Hoog hangend in de skyboxen waar het marchanderen over sponsorbijdragen, tv-rechten en reclame-inkomsten voortdurend plaatsvindt, ziet deze bovenwereld van witte boorden dat plots, daar beneden, een hek opengaat. Vanuit die hemeldozen kan men de onderwereld zien opborrelen, zich een weg naar het licht bannen. Daar beneden kronkelt het plebs, de onderbuik van het bedrijf, de voetbalnihilisten die niet om de omzet geven maar zich blind staren op het doelpunt dat maar niet komt. De echte kern, die sinds het voetbal bestaat iedere sliding met zijn rauwe kreten begeleidt. Iedere doodschop bejubelt. Die poten ramt, allochtonen beschimpt, zich zinloos bezuipt alvorens willekeurige passanten in elkaar te slaan.

Op wat seizoenenkaarten na valt aan die armoedzaaiers weinig te verdienen. Men wil ze het liefst niet zien, maar ze zijn nooit weggeweest. Ze slopen tribunes, komen velden op, steken tegenstanders neer, bespugen arbiters en jodelen oerwoudgeluiden bij het zien van een zwarte huid. De bovenwereld was hen voor zijn eigen gemak even vergeten. Tot het hek openging. Tot de communicerende vaten weer in werking werden gesteld. Botsing van culturen. Ontmoeting van twee vervreemde werelden. De gouden creditcard en de ploertendoder. De paniek heeft de bovenwereld in zijn greep. Maar niet door de ethiek of het sportieve ideaal dat geschonden dreigt te worden. Nee, alleen omdat het morsen van volksadrenaline op het veld het budget in gevaar brengt. Ook zonder dat geweld wordt gebruikt staat een prominent in beeld gebrachte volkswoede aan de rand van een veld, synoniem voor onmiddellijke sancties vanuit de hoofdzetel van de voetbalindustrie.

Een straf in de vorm van uitsluiting bij de volgende internationale competitie boort vanzelfsprekend een gat in al die gulzige en grijpgraag handen. De euro's dreigen volgend jaar er door heen te glippen en in de goot van de gemiste bedrijfsresultaten te vallen. Ik ga zeker niet met de geldwolven mee huilen om dat hek dat inopportuun plots ging gapen. Er zijn belangrijker dingen dan het omzetcijfer van PSV. De aanstaande oorlog in de Balkan bijvoorbeeld.