Graf van bankier leeggeroofd

Onbekenden hebben het graf opengebroken van de Italiaanse bankier Enrico Cuccia, als president van de handelsbank Mediobanca een sleutelfiguur in de naoorlogse economie, en zijn stoffelijk overschot weggehaald. Cuccia stierf in juni vorig jaar op 92-jarige leeftijd. Hij was tot twee jaar voor zijn dood actief.

Het motief van de grafroof is onduidelijk. De politie hecht het meeste geloof aan de hypothese dat de daders de familie willen afpersen. Iets soortgelijks is in de jaren tachtig gebeurd met de stoffelijke resten van grootondernemer Serafino Ferruzzi. Maar daartegen pleit dat de familie Cuccia geen financiële problemen heeft, maar zeker niet uitzonderlijk rijk is. Het ging Enrico Cuccia om de macht, niet om de lires.

Cuccia was betrokken bij vrijwel alle belangrijke overnames, kapitaalsuitgiftes, en samenwerkingsakkoorden in Italië na de Tweede Wereldoorlog. Hij was de regisseur van de salotto buono, de salon waarin de leidende ondernemers elkaar ontmoetten. Typerend is zijn uitspraak: aandelen worden niet geteld, ze worden gewogen.

De grafschennis is dit weekeinde ontdekt. Cuccia, geboren in Sicilië, lag begraven in het noordelijke Meina – bij het Lago Maggiore – naast zijn vrouw, in een simpele tombe met alleen het opschrift Enrico.