`Geen rehabilitatie maar wel erkenning'

Met een concert door het Concertgebouworkest en een box met tien cd's met radio-opnamen, wordt deze week de vijftigste sterfdag herdacht van de dirigent Willem Mengelberg, die na de oorlog een dirigeerverbod kreeg.

Voor het eerst sinds het in memoriam-concert dat Otto Klemperer in 1951 kort na het overlijden van Willem Mengelberg dirigeerde, besteedt het Concertgebouworkest weer officiële aandacht aan zijn voormalige chef-dirigent, die sinds 1895 bijna vijftig jaar voor het orkest stond. Na de Tweede Wereldoorlog kreeg Mengelberg een dirigeerverbod voor zes jaar, omdat hij zich tijdens de bezettingsjaren in dienst had gesteld van de propaganda van de Duitsers. Naast koningin Wilhelmina was Mengelberg de beroemdste Nederlander en van hem had men een voorbeeldige houding verwacht. Ook zijn koninklijke onderscheidingen werden hem afgenomen. Kort voor het einde van zijn straf stierf Mengelberg, zes dagen voor zijn tachtigste verjaardag, op 22 maart 1951 in zijn Zwitserse vakantiehuis `Chasa Mengelberg'.

Onder leiding van Riccardo Chailly speelt het Concertgebouworkest vrijdag, vijftig jaar en één dag na Mengelbergs overlijden, muziek van Mahler tijdens een concert dat op initiatief van Chailly is opgedragen aan de nagedachtenis van de dirigent, die politiek en muzikaal nog steeds omstreden is.

,,Het wordt een herdenking van Mengelberg, geen rehabilitatie'', zegt Riccardo Chailly. ,,Ik wil de discussie over het foute oorlogsverleden van Willem Mengelberg niet oprakelen. Ik ben een musicus, ik wil ter gelegenheid van zijn vijftigste sterfdag alleen een groot musicus herdenken. Het concert is een erkenning van zijn artistieke belang. Het wil alleen herinneren aan het positieve dat Mengelberg deed voor het Concertgebouworkest en daarmee ook voor het imago van Nederland in de wereld.''

Het herdenkingsconcert biedt uiteraard muziek van Mahler, de componist die in 1903 door Mengelberg in Amsterdam werd geïntroduceerd en met wiens muziek het Concertgebouworkest in vrijwel de hele wereld nog altijd goeddeels wordt geïdentificeerd. Matthias Goerne zingt de Rückertlieder, daarna klinkt Cooke's uitvoeringsversie van de onvoltooide Tiende symfonie. Chailly: ,,Mengelberg heeft daarvan zelf twee delen gedirigeerd: het Adagio en het Purgatorio, waarvan hij de partituur kreeg van Alma Mahler en waarin hij zijn eigen veranderingen aanbracht.

Het plan voor de herdenking is vorig jaar ontstaan, toen Chailly een bezoek bracht aan het graf van Mengelberg in Luzern, waar het Concertgebouworkest jaarlijks optreedt. ,,Wat een onplezierig bezoek! Het is een erg klein graf, niet dat van een legendarische beroemdheid, verwaarloosd, smerig, met mos overgroeid. Het was een schande en ik voelde pijn.''

Chailly maakte, samen met orkestdirecteur Jan Willem Loot, de naam en de jaartallen van Mengelberg weer enigszins leesbaar. Mengelberg begon in Luzern als stedelijk muziekdirecteur, drie jaar later werd hij op 24-jarige leeftijd benoemd tot chef-dirigent van het Concertgebouworkest. ,,Het concert dat we op 5 september in Luzern geven met Mahlers Tweede symfonie zal ook aan zijn gedachtenis worden opgedragen. Die dag zal een delegatie van het orkest zijn graf bezoeken, hopelijk is het dan helemaal schoongemaakt.''

Chailly is gefascineerd door de vele tradities van het Concertgebouworkest, ingesteld door Mengelberg. ,,We hebben nu niet meer te maken met zijn soms merkwaardige karakter, met de problemen van toen. Achteraf rest ons alleen het voordeel van zijn erfenis. De unieke kwaliteiten van dit orkest zijn nog steeds gebaseerd op zijn werk. Dat kan niet worden gegegeerd, het verleden kan niet worden uitgewist. Als ik zijn uitvoeringspartituren bestudeer, ben ik nog steeds verbaasd over zijn muzikale denkwijze, over de fraseringen en de dynamiek die hij aanbracht om de muziek naar zijn inzichten zo goed mogelijk over te brengen.

,,Mengelbergs opvattingen, zijn manipuleren van de noten, de vrijheden die hij zich veroorloofde — ze zijn naar de huidige maatstaven vaak ondenkbaar en onacceptabel. Maar met zijn extreme aanpak heeft hij het orkest een flexibiliteit aangeleerd die destijds uniek was. In vergelijking met Toscanini's teutonische aandacht voor precisie, praktizeerde Mengelberg een grotere vrijheid, die voor Toscanini ondenkbaar was. Persoonlijk houd ik van Toscanini's Beethoven en Brahms, dat staat dichter bij mij. Maar smaakverschillen doen niet af aan mijn respect voor Mengelberg. Met zijn exuberante persoonlijkheid stond hij altijd op het hoogste niveau.''

Chailly heeft Mengelbergs Matthäus Passion-traditie geëxporteerd naar Milaan. Hij `oefende' er in 1999, voorafgaande aan zijn eerste Amsterdamse Matthäus, en hj heeft het werk daar zojuist voor de derde keer geleid. ,,Ik voel daar nu al de verantwoordelijkheid voor een traditie, waar het Milanese publiek een steeds sterkere band mee krijgt. Het leidt tot een generatie Italiaanse muziekliefhebbers, die voor het eerst opgroeit met dit werk. Mengelbergs Matthäus-traditie, voortgezet door Van Beinum, Jochum en Harnoncourt, heeft ervoor gezorgd dat het Concertgebouworkest als enige van de zeven wereldorkesten een belangrijke barok-traditie heeft. Ik ben blij dat ik die de komende jaren in Amsterdam kan voortzetten met uitvoeringen van de Matthäus Passion en de Johannes Passion.''

Bij de Italiaanse heruitgave van Mengelbergs Beethovencyclus op cd ter gelegenheid van zijn 50ste sterfdag, heeft Chailly ook een toelichting gegeven op de betekenis van zijn voorganger. ,,Mengelberg wordt in Italië herinnerd als een grote gastdirigent in de Scala in Milaan en in het Teatro Augusteo in Rome, waar hij het latere orkest van Santa Cecilia leidde. De dirigent Carlo Maria Giulini speelde als altviolist onder hem. Hij vertelde me vorig jaar dat hij nooit was vergeten hoe Mengelberg daar stond met dat grote hoofd en rossige haar, energiek en inspirerend, alsmaar pratend, wat het orkest niet op prijs stelde. Maar zo gauw Mengelberg zijn stok ophief was alles duidelijk, zijn gestiek vertelde alles. Giulini plaatst Mengelberg nog steeds bij de top.

,,Mengelberg wordt natuurlijk geassocieerd met Mahler, Strauss en Bach, maar zijn belangrijkste gastdirecties brachten altijd Beethoven: de Eroïca, de Vijfde symfonie, de Pastorale en de Negende symfonie. Dit cd-boekje was ook dè kans om de Italianen, die hem soms zien als conservatief, te wijzen op zijn grote betekenis voor de eigentijdse muziek. Behalve Mahler en Strauss haalde hij ook Debussy, Ravel, Strawinsky, Rachmaninov en Hindemith naar Amsterdam. Dirigenten als Toscanini en Furtwängler waren veel conservatiever. Mengelberg was een vernieuwende provocateur.''

Mengelberg Herdenkingsconcert: 23/3 Concertgebouw Amsterdam.

Cd-box: Concertgebouworkest o.l.v. Mengelberg: Radio Ned. Wereldomroep (10 cd, dvd met filmopnamen.) Q-Disc 97016 (vanaf 24/3)