Fransen hebben genoeg van etatisme

Won links bij de gemeenteraadsverkiezingen in Parijs door de verdeeldheid van rechts? Frankrijk is een rechts land, maar links begrijpt beter dat de Fransen een einde willen maken aan de bedisselzucht van de staat.

Als de uitkomsten van de gisteren afgeronde Franse gemeenteraadsverkiezingen één ding duidelijk maken, dan is het dat Frankrijk een tot op het bot conservatief land is. Zeker, twee onneembaar geachte bastions van rechts, Parijs en Lyon, ook nog eens de belangrijkste steden van het land, zijn ,,gevallen'' en gaan vanaf heden hun geluk beproeven onder links bestuur. Maar gezien de omstandigheden die tot deze overwinning van de ,,progressieven'' geleid hebben, zou het eerder een prestatie zijn geweest als ze verloren hadden.

Een hopeloos en op het lachwekkende af verdeeld rechts heeft links in beide steden in het zadel geholpen. En dan nog. Met reden bleef RPR-voorzitster Michèle Alliot-Marie vanochtend op de radio hardnekkig wijzen op de stemmenmeerderheid (50,4 procent) die rechts ook in Parijs gehaald heeft, en op de eigenaardigheden van het kiesstelsel waaraan links de overwinning te danken heeft. Rechts heeft het inderdaad zo bont niet kunnen maken in de hoofdstad, of het spande er toch nog om. De linkse victorie is bijna ontgoochelend zo nipt, met een krappe maar doorslaggevende meerderheid in het 12de arrondissement – ,,ons Florida'', zoals een commentator gisteren besmuikt vaststelde.

Parijs is Frankrijk niet, verzucht menig rechts politicus nu, tot eigen troost. Het is een te bescheiden voorstelling van zaken: Parijs is óók Frankrijk. Als rechts er niet het spoor bijster was geraakt in een operette-scenario, dan had het er waarschijnlijk net zo overweldigend gewonnen als in ,,la France profonde'', dat zich volgens oud-minister Charles Pasqua ,,gelukkig niet van de wijs heeft laten brengen''.

Maar liefst een dertigtal grote steden is van linkse in rechtse handen overgegaan, terwijl links, anderzijds, er slechts een handjevol op rechts veroverd heeft. Dit, ondanks de bloeiende Franse economie die, toevallig of niet toevallig, is ingezet met het aantreden van de linkse regering-Jospin in 1997. Hoewel de machtswisseling in Parijs inderdaad ,,een historisch moment'' is, zoals de nieuwe burgemeester Bertrand Delanoë gisteravond zei, en Lyon niet de geringste buit is, is er voor links dus alle reden om de parlementaire en presidentiële verkiezingen van volgend jaar met ongerustheid tegemoet te zien.

De verkiezingen hebben nog iets anders duidelijk gemaakt – minister Elisabeth Guigou stelde het bijna snikkend vast. Aan ,,persoonlijkheden'' uit Parijs heeft de kiezer in de provincie geen boodschap meer. Guigou die even haar ministerie verlaat om, in de woorden van haar triomferende rivale, de indruk te wekken alsof ze ,,Avignon, le pont et la chanson heeft uitgevonden'', heeft het lid op haar neus gekregen. De kiezer wil een betrokken bestuurder, de la proximité, van uit de buurt, en niet een vedette met veelbelovende contacten in het centrum van de macht. Ook Jack Lang, de onverminderd populaire minister van Onderwijs, heeft het tot zijn schade en schande moeten vaststellen in Blois, evenals nog enkele andere leden van de regering-Jospin in hun ,,thuisbasis''.

Hun nederlaag bewijst het gelijk van de premier, die bij zijn aantreden de in Frankrijk gebruikelijke ,,stapeling van functies'' in de ban deed. Én zijn ongelijk, want hij deed later water bij de wijn. Maar als hij nu, zoals voorspeld wordt, op basis van de uitslag van deze lokale verkiezingen overgaat tot een herschikking van zijn kabinet, zou hij slechts bewijzen de boodschap van de kiezer niet begrepen te hebben. Het zou een oude étatistische reflex zijn: waarom zou een Guigou, behalve een wellicht uitstekende minister van Werkgelegenheid, immers ook nog burgemeester van Avignon moeten zijn? Juist van dat automatisme wilde Jospin af. De bijna-tranen van de minister zelf wekken het vermoeden, dat ook zij de nieuwe tijd nog niet helemaal doorgrondt.

Toch is dit de verandering die zich aftekent in het zo behoudende Frankrijk. De decentralisatie-maatregelen en de roep om hervorming van de linkse regering blijven toch niet helemaal zonder gevolgen. Het relativeert – iemand met een beetje gevoel voor drama kan het niet ontgaan – op bijna tragisch-paradoxale wijze de verovering van Parijs: het etatisme heeft zijn beste tijd gehad. Het centrale gezag is geen doel meer op zichzelf, het volk eist zijn eigen plaats op. Als Delanoë zijn overwinning nog aan iets anders dan aan de verdeeldheid van rechts te danken heeft, dan is het aan zijn gevoel voor deze kentering. Uit de bestuurslagen van de stad zelf voortgekomen, heeft hij voortdurend verklaard alleen de belangen van haar inwoners te willen dienen en niet die van een bonapartistische elite aan de top van de Republiek.

Daarin schuilt de waarschuwing van deze verkiezingen voor rechts. Vroeg of laat gaat de aloude cultuur van cliëntelisme, van bedisselzucht van bovenaf, van verwatenheid en soms bijna patserigheid hun parten spelen. De sfeer van heren-onder-elkaar die wel even uitmaken wat goed voor het volk is, heerst nog sterk bij rechts. Het huidige links in Frankrijk is ,,aardiger'' en bereid tot dialoog; het heeft geleerd van het faraonische ,,mitterrandisme''. Wat dat betreft heeft links een toekomst en rechts vooral een achterstand.