Europa ontspannen over veevirus

Nederland is een van de weinige lidstaten die de aanpak van de Europese Commissie van de nieuwste vleescrisis kritiseren.

`Ik heb weinig fouten kunnen ontdekken.'

Als het aan de Europese landbouwcommissaris Franz Fischler ligt, is mond- en klauwzeer vooralsnog geen crisis van Europese dimensies. Voorlopig zijn de haarden van de meest besmettelijke veeziekte binnen Europa beperkt tot het Verenigd Koninkrijk en twee Franse regio's, redeneert Fischler, en als dat zo blijft kan mond- en klauwzeer binnen enkele maanden ,,helemaal zijn bedwongen'', zo zei hij dit weekeinde geruststellend. Afgelopen week had hij al verklaard dat ,,je niet kan zeggen dat de mond- en klauwzeer onbeheersbaar is'' – een standpunt dat hij deelt met zijn collega David Byrne, Europees commissaris voor consumentenzaken en voedselveiligheid.

Het Europese beleid omtrent mond-en klauwzeer is vandaag officieel slechts als onderdeel van het agendapunt `diversen' aan de orde bij de reguliere maandelijkse vergadering van de landbouwministers van de Europese Unie. Toch twijfelt niemand dat het de vergadering zal domineren. Nederland en Portugal willen praten over een einde aan het Europese non-vaccinatiebeleid tegen mond- en klauwzeer – een beslissing die ingrijpende economische gevolgen kan hebben. De Europese Commissie en zelfs de inmiddels door de ziekte getroffen landen, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk, blijven gekant tegen een vaccinatiecampagne.

In 1991 verbood de Europese Unie het preventief inenten van de veestapel tegen mond- en klauwzeer. Op dat verbod was vooral aangedrongen door de twee Europese lidstaten die al langer niet vaccineerden: het Verenigd Koninkrijk en Denemarken. Hun eerste oogmerk was economisch: Japan, de VS, maar ook bijvoorbeeld Australië en Nieuw-Zeeland weigeren gevaccineerd vee, omdat anti-lichamen tegen mond- en klauwzeer bij deze dieren niet zijn te onderscheiden van die van zieke dieren. Tweede overweging voor het non-vaccinatiebeleid was het advies van wetenschappers in de Europese Unie, die aanvoerden dat vaccinatie wel het aantal uitbraken van de ziekte zou verminderen en het dramatische effect wegnemen, maar de virus zelf niet zou uitbannen. De hoogste status van diergezondheid is volgens dit criterium een mond- en klauwzeervrije veestapel zonder vaccinatie.

De Eurocommissarissen Fischler en Byrne zeggen geen reden te zien van deze standaard af te wijken. De enige vorm van vaccinatie die nu is toegestaan vormt het aanleggen van een cordon van noodvaccinaties rond besmette haarden. Verder is het Europese beleid: preventief ruimen van zieke en mogelijk zieke dieren, hoeveel ook, is goedkoper en effectiever dan inenten. Tot voor kort bestond hierover weinig discussie. Weinig lidstaten voelen ervoor markten zoals de VS en Canada definitief kwijt te raken door vaccinatie – ook Nederland heeft sinds 1991 de export naar deze verre markten sterk zien stijgen. Europese experts wijzen bovendien op de hoge kosten van vaccinatie van een paar honderd miljoen dieren, die na zes maanden moet worden herhaald en 1 miljard euro per jaar zou kosten.

Van de twee landen die nu toch voor vaccinatie pleiten, gaat Nederland het verst. Portugal ziet vaccinatie vooral als onmiddellijke barrière tegen de ziekte, die het land wil inzetten zodra het virus de Pyreneeën oversteekt. Brinkhorst wil, gesteund door de Tweede Kamer en sectororganisatie LTO-Nederland, het principe van het non-vaccinatiebeleid zelf aan de orde stellen. De minister die het anderhalve week geleden nog volmondig `eens' was met het standpunt over vaccinatie van de Commissie, vindt inmiddels dat niet-vaccineren te grote problemen voor het dierenwelzijn oplevert. Bovendien zei hij vorige week in de Kamer te verwachten dat de verre markten na de nieuwste crisis sowieso ,,niet meteen weer opengaan.''

Deze inschatting illustreert hoezeer Brinkhorst binnen een week vooruit is gaan lopen op de Europese troepen. Brussel laat dezer dagen bijvoorbeeld juist zien het meningsverschil met de Verenigde Staten, dat de import van vlees- en dierproducten uit de hele EU weert, niet op de spits te willen drijven. Eurocommissaris Byrne noemde de Amerikaanse stap vorig week in het Europees Parlement weliswaar ,,excessief'' en opperde dat de VS zich niet hielden aan het internationale 'regionaliteitsprincipe' om handelsmaatregelen te beperken tot de brandhaarden van een dierziekte, maar tot een Europese klacht bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO) kwam het niet.

De Nederlandse kritiek dat de Europese Commissie ,,te weinig regie''(Brinkhorst en een eensgezinde Tweede Kamer) voert in het tegengaan van de verspreiding van mond- en klauwzeer, vindt weinig weerklank bij andere landen. De Europese Commissie kwam vorig week ook tamelijk ongeschonden uit een debat in het Europees Parlement. ,,Ik heb weinig fouten kunnen ontdekken'', zegt Europarlementariër en gezaghebbend landbouwspecialist Jan Mulder (VVD). In Nederland had de Tweede Kamer vorige week kritiek op de Europese beslissing in verband met besmettingsgevaar wel vlees te weren uit de `verre haard' Argentinië, maar niet uit Frankrijk. Volgens Mulder en het Europees parlement heeft de Europese Commissie adequaat gehandeld met vervoersverboden voor dieren- en dierproducten uit de getroffen gebieden. In Frankrijk zijn alleen de getroffen departementen ook voor producten als vlees afgegrendeld. Verder geldt een Europees exportverbod voor Franse dieren.

Over de kosten voor het Europees landbouwbudget van de mond- en klauwzeer maakte Eurocommissaris Fischler zich vorige week niet al te veel zorgen. Voorlopig gaat het om veel minder dieren dan bij de gekkekoeiencrisis, waar een paar miljoen runderen uit de markt worden genomen en de kosten in de vele honderden miljoenen euro's lopen. Bij BSE speelt bovendien het gevaar voor de volksgezondheid - in tegenstelling tot mond- en klauwzeer. Europa maakt zich daarom minder zorgen over mond- en klauwzeer dan over BSE.