Een avontuurlijk onderwijzer

Het zit 'm in de eenvoud. Zoals Foppe de Haan – sinds jaar en dag trainer van Heerenveen – zich presenteert. Zoals hij praat, zoals hij met zijn medemens omgaat, zoals hij zich staande houdt in de permanente razernij van de voetbalwereld. Het heeft allemaal met eenvoud en bescheidenheid te maken. Geen opwinding, geen theater en vooral geen grootheidswaan.

Hoe houdt hij het vol? Hoe krijgt hij het voor elkaar zichzelf te blijven, omringd door zoveel agressie? Omdat hij een Fries is – en daarom nuchter? Ach nee, die conclusie is te gemakkelijk. Het zit 'm eerder in de eenvoud die hij al als jongen heeft ervaren. Eenvoudige ouders, eenvoudige dorpelingen en eenvoudige leermeesters, zoals men die doorgaans alleen op het platteland ziet.

Mensen met een goed verstand spreken Foppe de Haan het meest aan. Met mensen die zich het hoofd op hol laten brengen door ambities en mensen die er geobsedeerd op uit zijn hun gelijk te halen – zoals het gros der voetbaltrainers – voelt hij zich niet verwant. Maar hij zal zich niet ergeren aan mensen die anders zijn dan hij. Dat past niet, zou Foppe kunnen zeggen.

Een autoritaire benadering is aan de Friese trainer niet besteed. Met elkaar praten en met elkaar doen op basis van gelijkheid, gaat hem het beste af. Waarschijnlijk dat hij daarom gedijt bij een club als Heerenveen, waar iedereen aan elkaar gelijk is. Of is het andersom? Dat de club Heerenveen en zijn hondstrouwe aanhang zich spiegelt aan de levensovertuiging van de technisch directeur – en zich daarnaar gedraagt.

Hoewel Foppe een onderwijzer is tot in het diepst van zijn lichaam, wenst hij zich niet zo te profileren. Hij is niet star, niet autoritair en niet patriarchaal. Liever noemt hij zich een avontuurlijk onderwijzer, zo blijkt uit het recent verschenen boek Foppe van de Friese schrijver/dichter Eppie Dam, het boek dat alle interviews met Foppe overbodig maakt. Hij onderwijst al bijna zijn hele 57-jarige leven – als het niet in gymnastiek is, in zwemmen of in voetbal, dan is het wel in leven. Want hij wil dat anderen leren zoals hij heeft geleerd en nog steeds leert.

Als voetballer schopte hij het niet ver, het eerste elftal van Heerenveen was hem te hoog. Als sportleraar en later als voetbaltrainer was al gauw duidelijk dat hij jonge mensen kon stimuleren. Noem het gedreven, maar noem het niet geobsedeerd – daarvoor was hij toch een man met een goed verstand. Hij wist wat hij wilde, zelfs toen hij medio jaren tachtig van zijn taak als hoofdcoach van Heerenveen werd ontheven. Hij kende zijn plaats. Als hij maar – desnoods in de luwte – voetballers wegwijs kon blijven maken in de jungle.

Psychologische en filosofische geschriften hebben hem wijs gemaakt. Het verdriet om de dood van zijn zwaar depressieve moeder bracht hem ertoe zich in het innerlijk van de mens te verdiepen, zijn medemens in al zijn vormen te respecteren en bij te staan. Tijdens de trainersopleidingen was hij steevast uitblinker in het vak psychologie. Vandaar ook dat hij afstand kan bewaren wanneer de wereld op zijn kop staat als gevolg van een of andere triomf.

Al een jaar of twintig is de jongen uit een arm Liphuister gezin tevreden met zijn werk in Heerenveen. Als hij zijn spelers maar de edelste vormen van het voetbalspel mag uitleggen, als hij maar in zijn koor zijn stem mag verheffen en dichtbij zijn emoties mag komen. Soms wordt hem een functie bij een grote club toegewenst. Wat begrijpelijk is. Mocht Foppe de Haan zich daartoe laten verleiden, dan is er iets misgegaan. Dan is hij geen man meer met een goed verstand.