Die eeuwige VW-bus

Vijftig. Een moeilijk getal. Te oud om je nog eens onbekommerd op het voortplanten te werpen, te jong om de door de verzekeringsmaatschappijen beloofde Zwitserleventempel te mogen betreden. Bij de tandarts las ik in een beduimeld blaadje dat Vanessa die leeftijd ook had bereikt en vol goede moed de volgende vijftig te lijf wou gaan. Daarbij geholpen door injecties met zuurkoolvocht. Zuurkool is gasvormend en in elk huis en dus ook in die te Wassenaar ontsnapt er wel eens zo'n ongenode gast.

Zijwindgevoelig was ook de VW Transporter waarmee we voor de zoveelste maal verhuisden. De angstaanjagende rit, ergens in de jaren vijftig, over een winderige, bijna lege Afsluitdijk. Met vader zwetend en rukkend aan het horizontaal geplaatste stuur. Achter hem en de mand met proviand zaten mijn moeder, broertjes en zusjes. De jongste aanwinst kroop rond in de box. Mooi lief busje, in twee kleuren en met van die ronde ruitjes in het dak waarin je wolken en meeuwen voorbij zag glijden.

Blauw en zonder panoramaruitjes was het VW-busje waaruit twee gelaarsde agenten stapten om aan mijn moeder mede te delen dat haar man aan gort gereden was bij het oversteken van een voorrangsweg. Lang duurde zijn herstel en tot aan zijn dood hield hij vol dat hij het was die voorrang had.

Begin jaren zestig. De wereld was verdeeld in langharigen en vetkuiven. De middenstand had besloten dat het leuk en vooral lucratief zou zijn om twee helden van het Nederlandse poplied op een open kar door hun domein te laten rijden. Ter hoogte van ijssalon La Venetia kreeg de piepjonge vracht een hagel van bedorven fruit te verwerken. Het politiebureau was dichtbij en agenten mengden zich razendsnel in het uit de hand lopende feestje. We werden in het gereedstaande VW-busje geworpen en in de cel volgden er nog enkele rake trappen. 's Morgens was er koffie met gevulde koeken en de welgemeende raad van oom agent om zoiets nooit meer te doen.

Halverwege jaren zeventig. Dat betekende dienstweigeren: wegblijven, opgepakt worden en weer ontsnappen. Lopend op de stoep werd ik plotseling door twee snorremannen vanuit een in camouflagekleuren geverfd VW-busje toegeschreeuwd. Of ik wist waar ze mij konden vinden. De toelatingseisen voor het leger schijnen nog verder verlaagd te zijn.

In de jaren tachtig een hevige verliefdheid opgelopen. Van een paardenliefhebster die in het bezit was van tientallen beslagen viervoeters. En van een Transporter Combibusje. Waarmee ze reed alsof ze te paard zat. Waarin ze sliep wanneer ze onderweg was naar wedstrijden en meetings van gelijkgestemden. De lucht van leer en zadelvet, paardenhaar en verse mest deden me toen tijdelijk het bit in. Totdat ik me bijtijds realiseerde dat bij een nachtelijke uitslaande brand ik de laatste zou zijn die gewekt zou worden.

Nu zit ik achter het stuur van de allerlaatste versie. De stoel is bereikbaar via een inwendige tree, een aan de binnenkant van het paard gemonteerde stijgbeugel als het ware. De zit is hoog en rechtop, met armleuningen aan beide zijden van de voorstoelen.

Ik houd het stuur vast zoals vroeger de gipsen neger zijn offerblok vasthield waarin de giften voor de missie verdwenen. Achter me is een ruime bank, een tussenschot en daarachter een forse laadruimte. Dit is een verlengde versie en wat moet ik daar aan wennen. Geen struik, fiets of trottoirrand is de eerste kilometers veilig voor ons. Vanuit deze plek is er een prima uitzicht op werkend Nederland en wat rijden er bizar veel van deze busjes rond! Vroeg in de ochtend vervoeren ze snurkende werklui richting bouwplaats, overdag politie en middenstand, schoolkinderen en wild zwaaiende gehandicapten, gepensioneerden met gebloemde stapelbedden en licht ontvlambare kooktoestelletjes. Laat in de middag zoeven onze snurkende werklui weer terug naar huis. En bijna geen busje is hetzelfde in uitvoering, kleur en beschildering. Het ding rijdt net zo makkelijk en vlot als een personenauto en ziet er bijzonder smakelijk uit. Kijkt u er maar eens goed naar, een bijna perfect ontwerp dat door de concurrentie nog lang niet verslagen is.

Op de autoshow van Detroit werd een studie getoond van de nieuwe Transporter, met alweer van die onvermijdelijke retrotrekjes. Doe dit nou alstublieft niet, deze bus ziet er perfect uit en kan zeker nog vijftig jaar mee.