Arme agent

Ben ik in de fietsenberging mijn band aan het plakken, klinkt van buiten geschreeuw, gevolgd door vliegend glas rond mijn hoofd. Door het gat in de ruit zie ik twee vechtende kerels. Ik ben in één stap buiten en vloek de mannen stijf. Zwijgend vechten ze door. Ik krijs: `Stop of ik roep de politie!' Een van hen brult terug: `Ik bén van de politie. Achteruit mevrouw, hij kan gewapend zijn.'

Toegestroomde stadgenoten beginnen te lachen. De `hij' is een uitgeteerde fietsendief die er niet naar uitziet dat hij een wapen bezit, laat staan het zou kunnen gebruiken. Politieman probeert zijn gezag te herstellen en roept: `Ik zal mij straks legitimeren, nu heb ik geen hand vrij.' Dat zien de omstanders ook. Opnieuw gelach.

Zodra de boef geboeid is, gaat de diender met zijn politiepenning rond. Niemand kijkt ernaar. Alleen mijn buurman. Die vraagt: `Was dat nou echt nodig om die knul door die ruit te drukken?'