Aanpassing van subsidiesysteem cultuur bepleit

Het systeem van vierjaarlijkse subsidiëring volgens de Cultuurnota moet blijven, maar wel op een aantal punten worden bijgesteld. Dat adviseert de Raad voor Cultuur aan staatssecretaris Van der Ploeg in de vandaag gepubliceerde notitie `Kiezen en verdelen'.

De belangrijkste wijziging die de Raad voor Cultuur voorstelt is onderscheid in beoordeling naar type instelling. Bij instellingen waarvan de continuïteit verzekerd is, zoals de voormalige rijksmusea en rijksarchieven, moet niet langer elke vier jaar worden gekeken naar wel of niet voortbestaan. Rijksdiensten moeten apart worden beoordeeld, en ook koepelorganisaties en instituten voor een bepaalde kunstdiscipline komen hiervoor in aanmerking. Alleen de cultuurproducerende instellingen (orkesten, toneelgezelschappen, etc.) moeten volgens het huidige systeem worden beoordeeld. Om de werklast van de Raad te verlichten, moeten nieuwe aanvragers hun beleidsplan drie à vier maanden eerder inleveren dan reeds gesubsidieerde instellingen.

Bij de huidige evaluatie van de subsidieronde 2001-2004 circuleren voorstellen om de taken van de Raad voor Cultuur te beperken. Zelf constateerde de Raad al eerder dat het grote aantal aanvragen nauwelijks te verwerken was. In `Kiezen en verdelen' keert de Raad zich echter tegen een vermindering van taken. De koppeling tussen beleidsadvisering en advisering over instellingen moet worden gehandhaafd, net als die tussen een artistiek en financieel oordeel. Voor dat laatste, advies over concrete subsidiebedragen, wil de Raad een aparte eenheid met financieel deskundigen installeren.

De Nederlandse verhouding tussen politiek en cultuur, waarbij de politiek zich terughoudend opstelt en het inhoudelijke oordeel overlaat aan een adviesorgaan, is volgens de Raad de beste optie. Wel moet de rolverdeling tussen politiek en Raad duidelijker en wil de Raad worden betrokken bij alle cultuursubsidies. Te vaak werden in de afgelopen periode door Van der Ploeg subsidies toegekend buiten Cultuurnota en fondsen om, zonder tussenkomst van de Raad.

Op nog twee andere punten wil de Raad verbetering van de huidige procedure. De inhoudelijke prioriteiten van de Raad, geformuleerd in het Vooradvies, moeten duidelijker worden onderscheiden van de politieke prioriteiten. Subsidiëring door rijk en regio moeten beter op elkaar worden afgestemd, bij de huidige subsidieronde was daar nauwelijks sprake van. In april stuurt Van der Ploeg een brief over de Cultuurnotaprocedure naar de Tweede Kamer, zodat er waarschijnlijk in mei over kan worden gedebatteerd.