Waar keek je toen naar?

In de herhaling wordt het in de sportverslaggeverij genoemd. Tientallen keren heb ik Arie Haan bij de Wereldkampioenschappen in Argentinië van veertig meter afstand de Duitse Mannschaft met de grond gelijk zien maken. Een goddelijke gebeurtenis. Ik was, met het oog op het Argentijnse regime, er tegen dat we daar gingen voetballen. Maar na het kanonschot van Arie Haan ging ik twijfelen, en nu, nog altijd is het me een groot plezier, weer eens in de herhaling het verbijsterde gezicht van doelman Sepp Maier te zien toen hij ontdekte (moest ontdekken zegt de sportverslaggever, terecht), dat de bal achter hem in het net lag.

Het in de herhaling bleef in die jaren beperkt tot de sport, en nog altijd weten ze er raad mee. Naar voetballen kijk ik niet meer, maar toevallig zag ik de bokswedstrijd tussen Mike Tyson en Evander Holyfield, live. Het ging te snel om het goed te kunnen volgen. Plotseling greep Holyfield naar zijn oor. Tyson spuugde iets op het canvas en de wedstrijd werd gestaakt. Pas in de herhaling werd duidelijk dat hij een stukje uit Holyfields oor had gebeten. Misschien wel honderd keer is dit historische ogenblik in de herhaling gegaan. Als ik het weer eens zie, terwijl ik de beelden kan dromen, ben ik toch altijd weer nieusgierig en verbaasd.

Het in de herhaling breidde zich uit tot de politiek. Bij het verlaten van de helikopter stootte president Gerald Ford zijn hoofd. This man, had een tegenstander al van hem gezegd, is so stupid. He can't chew gum and walk at the same time. Het ongelukje op het helikoptertrapje werd gezien als de bevestiging. Daarmee was een nieuwe periode aangebroken. Een staatshoofd, belangrijk politicus kon de pers geen groter plezier doen dan in een gat te zakken, de wind onder haar rokken te krijgen, verzin het verder zelf. En nu een praktische wenk van iemand die naar vermogen het Koninkrijk verdedigt. Iedere dag loop ik over de Dam, voorzover dat mogelijk is, want het nationale plein krijgt nieuwe steentjes. Voor een vrouw die hoge hakken draagt, is er geen gevaarlijker plaveisel denkbaar. Het zou goed zijn als de verantwoordelijke ministers dat bijtijds begrepen.

Toen kwam Bill Clinton. Hij werd ontmaskerd. De archiefbeheerders van alle journaals ter wereld gingen op zoek naar beelden, en zo kwam het stukje film tevoorschijn waarop Monica de president om de hals vliegt. De eerste tien keer dat het wordt vertoond, denk je: nou ja, het is tenslotte een bijzonder document. Intussen is het overal ter wereld in totaal meer dan honderdduizend keer afgedraaid. Het Starr Report leek me al niet noodzakelijk - l'enfer c'est l'Amérique schreef Le Monde. Aan de andere kant: een politicus moet nu eenmaal weten dat zijn vijanden levenslang zwelgen in zijn ongeluk. Maar telkens weer dat stukje film afdraaien, voor absoluut geen enkel doel? Wetenschappers rekenen het waarschijnlijk tot het infotainment. Dat is een ander woord voor televisiekannibalisme.

Intussen breidt het rijk van de Herhaling zich uit. Hoe lang geleden is het alweer dat de eerste koeien met BSE besmet raakten? Het eerste beeld is dat van een koe die door haar poten zakt en reddeloos op de grond ligt. Die koe is ook al een paar honderd keer vertoond. Toen kwamen de beelden van dode dieren in de grijper van een hijskraan. Op de BSE volgde de varkenspest. Meer kadavers in grijpers. Mond- en klauwzeer. Nog meer. Zouden de journaalredacties denken dat wij niet weten hoe een dood stuk vee in een grijper, of op een stapel kadavers gekwakt, of in massaverbranding eruit ziet. Of zouden ze daar geloven dat het publiek het op de een of andere manier fijn vindt deze herhalingen te zien, als een necrofiel soort infotainment? Ik weet het niet.

De Boeing stortte neer op de Bijlmer, de vuurwerkfabriek in Enschede vloog in de lucht. Als u nu begint te tellen, zult u eind december tot de slotsom komen dat u einde december `de beelden' weer tien keer hebt gezien. Ik sla er een slag naar. Kan ook negen of elf keer zijn. Daaruit blijkt dat er mensen zijn die er niet genoeg van kunnen krijgen. Wie zijn dat? U van het publiek? De redacteuren van de journaals? Dat zou ik wel willen weten, en dan verder het waarom en waardoor van de onverzadigbaarheid.

In de eerste jaren van het televisietijdperk was er eens een kind, oud genoeg om zich de tijd zonder televisie te kunnen herinneren. Nu kon ze haar ogen niet van het beeldscherm afhouden. Het is opgetekend door Nico Scheepmaker. Ze was een oplettend en verstandig meisje. Ze zag hoe het hele gezin, vader, moeder, broertjes en zusjes zich niet van de beelden kon losrukken. Het eten werd koud. Plotseling vroeg ze: Waar keken we eigenlijk naar als we naar de radio luisterden?

Niemand wist het.