Visitekaartje?

Erik Gerets werd ter plekke door de NOS-verslaggever tot held van de avond uitgeroepen. Een man, alleen gewapend met blote vuisten, die de hitsige meute terug achter de hekken dreef, daar mocht de Nederlandse krijgsmacht een punt aan zuigen. Moedig, heroïsch, dapper, verantwoordelijk het scheelde niet veel of het epos van de Boerenkrijg werd er bij gehaald. Gerets is tenslotte een Belg.

Ik worstelde met twijfels. Was het moedige optreden van de PSV-coach niet net iets te demonstratief? Misschien kwam het ook door het pak dat hem wel heel erg strak zat, maar ik kon even niet weerstaan aan een glimlach voor de herinnering aan de vleesgeworden drift van mijn goede vriend Jerommeke - de stripfiguur. Gerets, de korporaal in het fatsoensleger van ingekleurde helden: zoiets. Type Westerterp.

Later op de avond, toen de zogenaamde analyse het won van de koorts, werden de twijfels alleen maar groter. De karikaturen in de B-film gingen zich gedragen naar hun image. Voorop Harry van Raaij met zijn gewijd hoofd en zalvende geluiden. De voorzitter had nog nooit iets van agressie ontwaart bij de PSV-legioenen. Loog hij. Vervolgens kwam de persvoorlichter van de Philips-sportvereniging in beeld: alweer een prelaat met kuisheidsgordel. Uiteindelijk mocht Gerets de wonden dichtnaaien: ,,Ik ken al die mensen, ik wist dat ze mij niets zouden aandoen; de supporters waren alleen de draad kwijt.''

De draad kwijt.

Wie staat er nou te briesen en te tieren tegen mensen die de draad kwijt zijn? Dan ga je toch op zoek naar warme doekjes met een saunatouch. Of naar thee, of naar gebak en gebed, voor mijn part naar onthaarde oksels die de geur hebben van mevrouw Salman Rushdie. Geplaatst voor mensen die de draad kwijt zijn, stroop je de mouwen niet op, dan weet je: zonder een beetje vlijen en flemen met de klank van vrouwelijke hormonen red ik het niet. Mensen die de draad kwijt zijn, willen alleen maar een moeder.

Het verhaal van Gerets klopte niet. Zoals het hele verhaal van PSV niet klopt. Alles aan deze club is een leugen. Gezelligheid wordt incest, ambities worden verpakt in overlevingstaal, de sponsor is nog net niet door God gezonden, winnen is een kwestie van regionale trots, niet van mercantiele overwegingen, supporters zijn heiligen - staaf-, stenen-, vuurstekers- en aardappelgooiers zitten in de stadions van de Randstad.

PSV is provincialisme van het ergste soort: weggeschimkte pretenties, maar des te genadelozer in het onderlinge sociale verkeer. De baas is de baas. Harry van Raaij dus. Wie hem ziet en hoort praten, denkt: arme Harry, wat een worm van verdriet. Maar lopend over de promenade voor zijn luxueuze flat aan de Belgische kust zie je de schaduwen van een zonnekoning meehuppelen. De boekhoudersfauna en - flora van Van Raaij is gespeelde nederigheid. Made in Holland, zo vals als de nacht.

Erik Gerets voelt de tweeslachtigheid van zijn preses als geen ander aan. Hij likt zich in bij het onzekere, dubbele gemoed van Van Raaij. Ook doelman Waterreus mag graag in de gratie komen van een voorzitter die de wereld wil hervormen met een Brabants accent. Waterreus spreekt provinciale bobo-taal. Hij wil eerst geliefd zijn en pas dan goed keepen. Waarom heeft Waterreus het respect van PSV? Niet omdat hij zo'n briljante doelman is, veeleer omdat hij de buikspreker is van een familie- en concernidioom. De binnentaal van Philips. Waterreus is meer keeper van Van Raaij dan doelman van de Provinciale Sport Vereniging.

Mijn liefde voor Cor Boonstra is onbegrensd. Zoals hij ook gisteren weer, met die grootse zwier van de elder statesman, zijn handtekening plaatste onder een sponsorcontract voor vijf jaar – een gelovige doet hem dat niet na. Dat is nu de kracht van de mummelende stamelaar Harry van Raaij: in en via hem wordt de onschuld gesponsord. Terwijl wij allen weten dat PSV een ordinaire, poenerige club is die het almaar heeft over ethiek en rechtvaardigheid en niet eens in staat is nederig te buigen voor de objectieve waarneming van een arbiter als Lopez Nieto.

Alom wordt gezegd dat PSV de laatste jaren het visitekaartje van het Nederlandse voetbal is. Doe mij dan maar Twente, of RKC. Clubs die niet pretenderen de dollarrace van het hedendaagse voetbal met een ongeschonden maagdenvlies te doorstaan. Sportverenigingen die nog wel authentiek zijn in wanhoop en euforie. Bij PSV is alles gespeeld, inclusief spijt en pijn om de vernedering die supporters hebben aangericht. PSV is lak, mascara, schmink. Ik mag hopen dat Europa daar niet op zit te wachten.