Veevirus treft vleessector hard

De vakbonden willen een betere vergoedingsregeling voor werknemers in de vleessector. Als het vervoersverbod langer dan twee weken aanhoudt, krijgen ze nog maar zeventig procent van hun inkomen. ,,De werkgevers weigeren de rest aan te vullen.''

De komende maandag kunnen zo'n 12.000 werknemers uitslapen. Want de slachterijen, veemarkten en veetransportbedrijven waar ze werken, zijn gesloten wegens het vervoersverbod voor evenhoevige dieren. Volgens een woordvoerster van FNV Bondgenoten bestaat de kans dat de werknemers in de vleessector ,,onterecht hard'' worden getroffen door het verbod. Een verbod dat het ministerie van Landbouw deze week heeft ingesteld om het risico op een uitbraak van mond- en klauwzeer te beperken. ,,Als het vervoersverbod lang aanhoudt, daalt het inkomen van deze mensen'', aldus de woordvoerster.

Gedurende de eerste twee weken wordt het inkomen van de thuisblijvers nog volledig betaald door de werkgevers. Maar na die periode komen de werknemers in de WW terecht en krijgen ze nog maar 70 procent van hun laatste loon. De vakbonden willen dat de werkgevers de overige 30 procent aanvullen. ,,Maar dat weigeren ze tot nu toe'', aldus de woordvoerster van FNV Bondgenoten. Ze vindt het onterecht dat juist de werknemers opdraaien voor het risico dat er minder vlees wordt geproduceerd. ,,Zoiets past beter onder het kopje ondernemersrisico.''

De vakbonden willen een betere vergoedingsregeling voor de werknemers in de vleessector en praten daar komende week over met het ministerie van Landbouw, de boerenorganisatie LTO en vertegenwoordigers van slachterijen en diervoerproducenten. Volgens een woordvoerster van het ministerie van Landbouw is er vooralsnog ,,geen sprake van vergoedingen''.

Als het vervoersverbod lang aanhoudt, komen er volgens de vakbonden nog veel meer mensen tijdelijk zonder werk te zitten. Behalve de 12.000 mensen werkzaam bij veemarkten, slachterijen en vleesverwerkende bedrijven, kunnen nog eens 10.000 mensen naar huis. Want ook bijvoorbeeld KI-stations en bedrijven die vlees verhandelen vallen dan langzaam stil.

Het ministerie van Landbouw heeft inmiddels 1.500 dieren bij 51 bedrijven laten testen op symptomen van mond- en klauwzeer. De bedrijven hadden dieren geïmporteerd uit Frankrijk, waar afgelopen dinsdag de eerste gevallen van mond- en klauwzeer werden ontdekt. Bij geen van de dieren zijn sporen van de ziekte gevonden, zo maakte het ministerie gisteren bekend. Toch handhaaft minister Brinkhorst (Landbouw) het totale vervoersverbod voor schapen, geiten, runderen en varkens. Pas na de uitslag van een tweede klinisch onderzoek, naar verwachting dit weekeinde, overweegt hij het verbod te versoepelen. Dat betekent dat in elk geval tot maandag slachterijen niet worden bevoorraad.

In de loop van volgende week worden de uitslagen bekend van het bloedonderzoek naar mond- en klauwzeer bij alle dieren op de 51 bedrijven. Dan komt vast te staan of de uit Frankrijk afkomstige dieren in contact zijn geweest met het virus. Als voorzorgsmaatregel zijn deze week vier van de 51 onderzochte bedrijven door de Rijksdienst voor de Keuring van Vee en Vlees geruimd. Op deze bedrijven waren in totaal 941 schapen aanwezig die de ziekte kunnen hebben zonder uiterlijke kenmerken te vertonen. Behalve de schapen zijn ook 125 geiten en 117 runderen, 17 herten, 13 lama's, 11 dromedarissen en 1 muntyak gedood.

Brinkhorst heeft gisteren met onmiddellijke ingang een importverbod ingesteld voor vlees uit Argentinië, waar ook recentelijk mond- en klauwzeer is uitgebroken. Hij loopt daarmee vooruit op het importverbod door de Europese Unie, dat maandag ingaat. Voor dierlijke producten uit het Franse departement Mayenne, waar vorige week mond- en klauwzeer werd vastgesteld, geldt een Europees vervoersverbod. Brinkhorst vindt het daarom niet nodig ál het Franse vlees te verbieden.