Veel aandacht voor DNA in beroep Jansons

Het hoger beroep in de zaak-Sybine Jansons lijkt een testcase te worden voor DNA-bewijsmateriaal in strafzaken. De verdediging wil acht DNA-deskundigen oproepen, van wie vier uit Engeland, in de hoop aan te kunnen tonen dat een ander dan verdachte Martin C. in haar laatste uren bij het meisje geweest kan zijn.

Dit bleek gisteren tijdens de eerste zittingsdag voor het gerechtshof in Amsterdam. Omdat zoveel getuigen worden opgeroepen, zal de behandeling in hoger beroep naar verwachting een kleine week gaan duren.

Vorig jaar werd C. voor de rechtbank in Utrecht veroordeeld tot 20 jaar celstraf en tbs wegens doodslag op Sybine Jansons (13) uit Maarn en verkrachting van twee andere vrouwen. Zowel de officier van justitie als de verdachte gingen tegen het vonnis in beroep.

Ofschoon een miniem DNA-spoor geen volledig profiel opleverde, omdat het was beschadigd door het water waarin het lichaam van Sybine Jansons werd gevonden, achtte de rechtbank het bewezen dat dit ,,van verdachte afkomstig'' was. De patholoog-anatoom had evenwel onder een nagel van het meisje ook een schaamhaar gevonden, die met zekerheid niet van Martin C. was. Van wie wel, bleef onduidelijk.

Tegen Martin C. waren meer bewijzen dan DNA: zijn auto is op cruciale tijdstippen gezien bij de plaatsen waar het meisje verdween en waar haar lichaam is teruggevonden. Bovendien herkende een speurhond zijn geur op de fiets van Jansons. Toch zei raadsman P. Doedens na afloop van de zitting dat door de rechtbank een ,,ontstellende'' fout is gemaakt: ,,Dit doet mij denken aan de Puttense moordzaak.'' In deze zaak toonde DNA-onderzoek aan dat haren en sperma op het lichaam van het slachtoffer niet van de twee veroordeelde verdachten was.

Getuige-deskundige Van Marle, tegenwoordig tbs-adviseur van minister Korthals van Justitie, leidde in 1993 het onderzoek van C. voor het Pieter Baan Centrum. Hij verklaarde gisteren voor het hof dat het gevaar bestaat dat dat Martin C. door een tbs-behandeling juist nog beter delicten leert plegen. Onderzoek onder veroordeelden met psychopatische kenmerken heeft aangetoond dat zij na een behandeling meer delicten pleegden dan daarvoor.

De twee verkrachtte slachtoffers van C. verklaarden gisteren hoe nauwgezet C. te werk ging. Hij nam een vaginale douche mee om geen spermasporen, ofwel DNA, achter te laten.

Martin C. zal de komende zittingsdagen gaan praten, volgens zijn raadsman. Tot leedwezen van de ouders, die hem voor de rechtbank smeekten meer duidelijkheid te geven over de laatste uren van hun dochter, bleef hij tot nu toe zwijgen.