Van Ingen Schenau

Na lezing van het interview met Jan van Ingen Schenau (Z 10 maart) kan ik me bij de woede van zijn opponenten wel iets voorstellen. Hier is een man aan het woord die lid was van het landelijk bestuur van een grote politieke partij. Een man die door de NV Schiphol met succes werd ingehuurd om het PvdA-standpunt over de luchthaven (tegen de opvattingen van de leden van de partij in) te doen wijzigen. Dit is dezelfde man die enige decennia met succes zich ervoor inzette om de PvdA te veranderen van een politieke organisatie die voor haar standpunten probeert aanhang te verwerven, in een politiek bedrijf dat haar koers baseert op onderzoekjes onder kiezers. En deze man beweert glashard: `ik ben geen politicus'. Als een slager die principieel vegetariër is maar alleen de `toch al dode' dieren verkoopt! Het is natuurlijk mogelijk dat de slager echt geen vlees eet of dat van Ingen Schenau inderdaad voor geen enkel politiek inhoudelijk standpunt opkomt, maar beiden hebben dan toch zacht gezegd een merkwaardige opvatting over hun eigen verantwoordelijkheid.

Toch lijkt het er op dat de slager geen vlees eet: dat leid ik af uit zijn verbijsterende initiatief om dat omvormen van het partijmodel voor te leggen aan zijn `focusgroepen'. De slager probeert door een enquête onder zijn klanten wat te weten te komen over de wensen van vegetariërs!

Maar natuurlijk is het 's mans goed recht om voor deze partijvorm op te komen. Afschuwelijk dat een van zijn politieke opponenten hem dan toevoegt: `Binnenkort rekenen we met jou af'. Ik denk echter dat dit vooral moet gezien worden als een uiting van machteloze woede.

En dan de impliciete boodschap bij zijn verdediging van het Greenpeace-model. Heel sterk klinkt de suggestie er in door dat vroeger enorme aantallen mensen zich actief inzetten voor verandering en dit nu nog maar een handjevol is. Een nostalgische vertekening van het verleden volgens mij. Ook in het magische jaar 1968 – Tilburg, de Maagdenhuisbezetting, de Parijse revolte, de Praagse lente – was er feitelijk maar een klein groepje mensen die dingen organiseerden. Die activiteiten zetten wel vele anderen aan het denken. Maar dat `is voorbij, het is voorbij'. Van Ingen Schenau weet dat, hij heeft het immers "wetenschappelijk" onderzocht.