Troost en verlichting

Nu de aandelenkoersen rap zijn gedaald, breekt de zon door de wolken. Lange tijd achtereen waren de koersen te hoog, vergeleken met hun historische gemiddelden. Analisten en andere commerciëlen wuifden dat bezwaar weg door te wijzen op de technologische revolutie. Die rust op drie pijlers: internet, computers en telecommunicatie – software, hardware en verbindingen. Daarnaast is men naarstig op zoek naar de vierde pijler: inhoud, ofwel content. Je hebt niets aan een videorecorder zonder banden.

Die nog prille omwenteling is niet meer weg te denken uit ons leven. Maar we leven niet ineens volgens een andere economische orde, waarin nieuwe wetten gelden. Beleggers die geld stopten in techaandelen en verloren, weten dat nu.

Hoe gaat het nu verder? Dezer dagen zijn vooral de zwartkijkers aan het woord. Ze zien de koersen verder afglijden en schetsen Japanse toestanden. Daar duurt de malaise al ruim tien jaar, na het knappen van de aandelen-, onroerend goed- en schuldenballon. Die vergelijking met Japan gaat niet op. De VS en Europa lijken qua maatschappij, politiek en economie niet op Japan. Wel kan de gedrukte stemming een paar jaar aanhouden, om twee redenen.

Als de waarde van aandelen in de afgelopen twaalf maanden wereldwijd met duizenden miljarden is verminderd, zullen mensen en bedrijven aan de verkeerde kant van de toonbank zich wel twee- of driemaal bedenken voor ze weer wat willen doen. Daar komt bij dat beleggers de praatjes van beleggingsadviseurs niet langer zonder meer willen geloven.

Er is ook goed nieuws. De neerwaartse reactie is flink overdreven, althans voor de korte termijn. Om dat te begrijpen, moet je kijken naar de partijen die ervan profiteren. Dat zijn grootbeleggers en -handelaren. Zeg maar banken, pensioenfondsen, verzekeraars, beleggingsfondsen en andere bedrijven. Die vullen hun handels- en beleggingsportefeuille aanzienlijk goedkoper aan dan enige tijd geleden, op de (vermeende) top van de markt.

Zo geredeneerd, kan je stellen dat koerscorrecties commercieel gezien zeer welkom zijn en daarom van harte worden versterkt door het grote geld. Dat levert die partijen veel geld op. Wie koopt op lagere koersen heeft immers een grotere kans op koerswinst dan iemand die koopt op een (bijna) top. Het klinkt haast te simpel om waar te zijn, alsof je een open deur intrapt.

Het fenomeen winstwaarschuwing is een tweede positief punt. Ieder bedrijf komt er mee. Je bent als bedrijfsleider verdacht wanneer je niet met een somber gezicht het volk kond doet van zware tijden. Dat sombere klimaat is voor veel ondernemingen een welkome aanleiding om orde op zaken te stellen: mensen eruit, slechte directeuren een schop onder hun gat, bedrijfsonderdelen sluiten, bezuinigen enzovoort. En niet te vergeten: een nieuwe ronde personeelsopties met een aanzienlijk lagere uitoefenprijs dan voorheen. De hogedrukspuit erop. Gevolg: veel telecom-, media- en technologiebedrijven komen sterker en verstandiger uit deze correctie. Net als beleggers, mag je hopen.

Er is nog een derde positief punt. De effectenwereld in ruime zin is in tien, vijftien jaar uitgegroeid tot een reusachtige industrie, een hongerige draak die dagelijks gevoed moet worden met orders. Beleggers moeten daarom in beweging blijven, moeten kopen en verkopen, wat zorgt voor actie.

Hoe moeten actieve beleggers dit verhaal vol troost en verlichting naar aandelen vertalen? Je kan veronderstellen dat er in de komende tijd allerlei `ritjes' naar boven plaatsvinden. Met name in fondsen waarvan iedereen denkt `die zijn rijp voor een ritje naar boven'. Als regel zijn dat grote bedrijven waarin veel aandelen en opties omgaan op de beurs en daarbij flink gedaald zijn in de afgelopen periode, relatief gezien.

Je kan bijvoorbeeld geleidelijk een mandje (portefeuille) opbouwen met honderdtallen (wegens de opties) aandelen ABN Amro, KPN en Philips en die combineren met opties. In het huidige beursklimaat zijn dat geschreven putopties. Zo stel je het koopmoment een poosje uit en koop je tegen een lagere koers (de uitoefenprijs van de optie), als het zover komt. Dat gaat zo.

Stel je wilt 300 aandelen ABN Amro kopen. Daarvoor moet je op een koers van 22,50 euro circa 6.800 euro achter de hand hebben, op een (spaar)rekening. Nu schrijf je 3 putopties uitoefenprijs 22,68 euro, afloopdatum oktober 2002. Zo neem je de plicht op je eventueel 300 aandelen te kopen op 22,68, tussen nu en de derde vrijdag van oktober 2002. Voor die plicht ontvang je een vergoeding van 3,50 euro per aandeel, belastingvrij.

Mocht het tot een verplichte koop komen, dan koop je in feite op 19,18 euro (22,68 min 3,50). Hoef je niet te kopen, dan maak je een extra rendement op je spaargeld van circa 15 procent in zeventien maanden. Zo construeer je in eigen beheer een reverse convertible op maat. Het is even puzzelen.

(Adriaan Hiele beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/Economie)